Op zondag 06 augustus raakte bekend dat leden van Jong VLD, de jongerenafdeling van de centrum-rechtse liberale partij Open VLD, op hun vrijheidscongres een voorstel hebben aangenomen om het systeem van kindergeld volledig af te schaffen. Ze willen het vrijgekomen geld investeren in scholen, onderwijs en gratis kinderopvang. Ik was best wel verbaasd dit te vernemen aangezien het overduidelijk is dat armoede, sociale uitsluiting en maatschappelijke kwetsbaarheid nog een groot probleem is en kinderarmoede serieus gestegen is.
Jong VLD krijgt kritiek vanwege het voorstel. Maurits Vande Reyde, nationaal voorzitter van Jong VLD, schreef een opiniestuk om het voorstel te verdedigen. Ik verslikte mij bijna in mijn biologische Earl Grey thee uit de Oxfam-wereldwinkel toen ik het stuk las.
Met alle respect voor Maurits Vande Reyde, maar ik heb zelden iets meer wereldvreemd gelezen dan bepaalde passages in zijn opiniestuk. Ik gebruikt zeer zelden woorden als ‘wereldvreemd’ om iemands mening te beschrijven, maar ik vind dat het hier wel op zijn plek is. Nu ja, dat is mijn mening. Anderen mogen hier van mening over verschillen.
Passages uit zijn artikel.
Ik geef de passages in kwestie hier even letterlijk mee :
"Uit de reacties op Facebook zag ik veel terechte bezorgdheden. Schaf kindergeld af en je vergroot gegarandeerd de kans op kinderarmoede, bijvoorbeeld. Dat klopt ogenschijnlijk. 1 op 5 kinderen loopt bij ons dat risico. Hebben geen geschikte plaats voor huiswerk. Kunnen zich amper nieuwe kleren veroorloven. Moeten het doen zonder vakantietrips. Daarvoor maakt kindergeld op dit moment het verschil op ofwel leven, ofwel overleven. Schaf kindergeld zomaar af en je vergroot volgens studies dat risico ineens met een dikke 7%. Kindergeld afschaffen is dan duidelijk onmenselijk, toch?
Wel, ik durf het te betwijfelen. Ondanks de massale kinderbijslag is er geen spectaculaire daling van de kinderarmoede. Mocht het echt het wondermiddel tegen armoede zijn, dan toont dat zich tot nu toe niet in de cijfers. De efficiëntie van het systeem om kinderarmoede terug te dringen is op z’n zachtst gezegd twijfelachtig. Het vormt hoogstens een grendel om het niet verder te doen stijgen. Ik vraag me af of we ons daar in welvarend Vlaanderen tevreden mee moeten stellen."
Verder konden we ook nog het volgende lezen :
"Ouders in kansarmoede maken amper gebruik van kinderopvang. Omdat het te duur, te complex, te lang wachten is. Nochtans blijkt uit een recente studie in 11 Europese landen dat kinderopvang een geweldig krachtig instrument is om kinderen in armoede betere startkansen te geven. Het stimuleert de taalontwikkeling, sociale vaardigheden en zoveel meer. Ouders kunnen op hun beurt aan het werk gaan of een opleiding volgen. Gratis kinderopvang in plaats van gratis geld: schiet me dood, volgens mij is dat een veel betere armoedebestrijder. Dat is maar één voorbeeld, ik zou er tien kunnen geven."
Het gehele artikel lees je hier : http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/opinieblog/opinie/1.3042172
Best wel straffe uitspraken die een kritische analyse vragen.
Armoede, sociale uitsluiting en maatschappelijke kwetsbaarheid.
Mensen in armoede ervaren sociale uitsluitingen met structurele oorzaken op verschillende levensdomeinen. De sociale uitsluitingen die veel mensen in armoede ervaren zijn dezelfde, wat verschilt is hoe ze hiermee om gaan. Ieder persoon in armoede gaat , vertrekkende vanuit hun binnenkant , op een andere manier om met deze structurele uitsluitingsmechanismen. Sommigen vinden in deze onrechtvaardigheden de kracht om verder te gaan , anderen trekken zich na de zoveelste kwetsende ervaring terug om verdere kwetsuren te vermijden. Er is dus een wisselwerking tussen structurele uitsluitingsprocessen op maatschappelijk en institutioneel niveau en het persoonlijke niveau. Dit maakt dat armoedebestrijding complex is.
We moeten nog meer dan nu gaan voor een echt emancipatorisch, krachtgericht en participatief sociaal beleid dat mensen versterkt en de structurele uitsluitingsmechanismen wegwerkt, grondrechten garandeert in plaats van afbouwt, de binnenkant ( de belevingswereld) van mensen in armoede respecteert en vertrekkende vanuit de krachten, vaardigheden en overlevingsstrategieën van mensen in armoede samen met hen duurzame stappen vooruit zet. Inkomens ( hetzij uit arbeid of een sociale uitkering) boven de Europese armoedegrens en betaalbare, kwaliteitsvolle en energiezuinige huisvesting zijn 2 belangrijke startvoorwaarden. Voor de bestrijding van kinderarmoede is goed onderwijs en goede ontwikkelingskansen van groot belang.
Het garanderen van grondrechten staat dus centraal in de bestrijding van armoede, sociale uitsluiting en maatschappelijke kwetsbaarheid.
Kindergeld en de bestrijding van kinderarmoede.
De jaarboeken armoede en sociale uitsluiting, de meest recente armoedebarometer van het platform Decenniumdoelen 2017, het Netwerk tegen Armoede, sector Samenlevingsopbouw, de OCMW’s en het studiewerk van Vlaamse steden en gemeenten ( VVSG ) vertellen ons dat armoede nog steeds een serieus probleem is in België. Alle indicatoren staan op rood. Kinderarmoede neemt verder toe.
'Ondanks de massale kinderbijslag is er geen spectaculaire daling van de kinderarmoede. Mocht het echt het wondermiddel tegen armoede zijn, dan toont dat zich tot nu toe niet in de cijfers.’, schrijft Maurits Vande Reyde.
Kansarmoede is meer dan onvoldoende inkomen om te voorzien in uw basisbehoeften, maar het is wel een belangrijk aspect. In een consumptiesamenleving waar heel veel zaken geld kost beperkt een inkomen onder de Europese armoedegrens uw mogelijkheid tot participatie aan de samenleving. Je wordt al snel uitgesloten en mensen trekken zich terug uit het maatschappelijk leven om kwetsende ervaringen te vermijden.
Mensen in armoede, of in dit geval ouders in armoede, zijn vaak hele dagen bezig met het overleven. Deze complexiteit van een leven in armoede vraagt dagdagelijks enorm veel energie.
Als je als kortgeschoolde ouder in armoede moet rondkomen met een leefloon dat zich ondanks de beperkte verhogingen nog steeds serieus onder de Europese armoedegrens ligt, dan maakt kindergeld een wereld van verschil.
Neem dit af en ze komen met een aanzienlijk lager gezinsinkomen te zitten. Dit zal ervoor zorgen dat ouders in armoede nog meer bezig zijn met het dagdagelijks overleven.
Mensen in armoede zijn veerkrachtige mensen, mensen met heel wat creativiteit en doorzettingsvermogen, maar de veerkracht en doorzettingsvermogen is niet eindeloos. Dit voorstel zal maatschappelijke kwetsbare ouders hard treffen.
Het systeem van kindergeld is trouwens niet het enigste instrument ter bestrijding van kinderarmoede. Er spelen trouwens zo veel andere zaken mee waarom de kinderarmoede stijgt.
Wat te denken van de versterkte degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen die ingevoerd werd door de vorige federale regering. Wat te denken van de talloze factuurverhogingen die de huidige Vlaamse en federale regeringen hebben doorgevoerd, waaronder de stijging van de prijs voor kinderopvang. Wat te denken van de besparingen op buurt – en samenlevingsopbouwprojecten. Wat te denken van de besparingen in het onderwijs. Wat te denken van het schrappen van doelgroepenbeleid op de arbeidsmarkt voor allochtonen, een groep die serieuze uitsluiting ervaart op de arbeidsmarkt. Wat met maatschappelijk kwetsbare ouders die kortgeschoold zijn , tewerkgesteld zijn met een laag loon in conjunctuurgevoelige sectoren, waar periodes van tewerkstelling vaak afgewisseld worden door periodes van werkloosheid, geen jobzekerheid hebben en dus een fluctuerend inkomen hebben.
Dit zijn allemaal factoren die meespelen en ervoor zorgen dat de kinderarmoede stijgt.
Werkt het huidige systeem van kindergeld zoals het zou moeten werken ? Neen, maar het afschaffen zou pas desastreus zijn. In plaats van het af te schaffen, moet men het zo hervormen dat het een krachtiger instrument wordt in de bestrijding van kinderarmoede. Dit kan door hogere sociale toeslagen te voorzien bovenop het basisbedrag aan kindergeld.
Natuurlijk moet er worden geïnvesteerd in gelijke kansen in het onderwijs. Graag zelfs. En meer dan nu. Natuurlijk moet worden ingezet op toegankelijkere kinderopvang.
Maar dit mag nooit ten koste gaan van het inkomen van zij die het nu al bijzonder moeilijk hebben. Sociale grondrechten moeten voor iedereen gegarandeerd worden. Alleen dan kunnen duurzame stappen vooruit gezet worden in armoedebestrijding.
Poverty, social inequalities, global climate change,sustainable development,LGBT rights, Turkey and the UK,...
Posts tonen met het label Poverty and social inequalities. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Poverty and social inequalities. Alle posts tonen
woensdag 9 augustus 2017
vrijdag 22 april 2016
Armoede in België 2016: laat sociale economieprojecten de waterscan uitvoeren.
Armoede in België 2016: laat de
waterscan uitvoeren door sociale economieprojecten.
Waterarmoede, een groeiend probleem.
Water is
levensnoodzakelijk. Iedereen heeft water nodig om te drinken, om eten klaar te
maken, voor je kleren te wassen, om jezelf te kunnen wassen, enz….Het recht op
water wordt expliciet genoemd in bepalingen van een aantal thematische
mensenrechtenverdragen zoals in artikel 14, § 2 van het VN-Verdrag tegen
Vrouwendiscriminatie en in artikel 24, § 2 van het VN-Kinderrechtenverdrag, maar
het wordt dus in geen enkel mensenrechtenverdrag als een zelfstandig recht
vermeld.
Resoluties
van de Mensenrechtenraad en de Algemene Vergadering van de VN inzake het recht
op water en sanitatie betekenen een verdere stap in de erkenning ervan op
internationaal niveau. In juli 2010 erkende de Algemene Vergadering van de VN
het recht op water en sanitatie als een mensenrecht dat essentieel is voor de
volle uitoefening van het recht op leven en van alle mensenrechten. In
september 2010 bevestigt de VN-Mensenrechtenraad dat het recht op drinkbaar
water en op sanitatie komt van het recht op een adequate levensstandaard en
intrinsiek verbonden is met het recht op de hoogst mogelijk bereikbare
standaard van fysische en mentale gezondheid, evenals met het recht op leven en
op menselijke waardigheid. De resolutie bevestigt het recht op water en
sanitatie als deel van het bestaand internationaal recht. Het bevestigt ook dat
de staten de verantwoordelijkheid hebben om de volle uitoefening van alle
mensenrechten te garanderen, en dat het feit dat diensten inzake levering van
drinkwater en/of inzake sanitatie aan een derde worden gedelegeerd de staat
niet ontslaat van haar verplichtingen inzake de mensenrechten.
Meer en meer mensen in België ervaren echter sociale
uitsluitingen op het vlak van toegang tot nutsvoorziening water. Een groeiend
aantal mensen hebben problemen met het betalen van hun 3 maandelijkse
voorschotfacturen en hun eindfacturen. Meer en meer mensen moeten een
afbetalingsplan aanvragen.
In 2009 werden
791 gezinnen afgesloten. In 2010 waren dat 2362 gezinnen. In 2011 waren er dit
4 497. In 2012 nam het aantal huishoudens die werden afgesloten verder toe. In
heel Vlaanderen werden in 2012 ongeveer 5073 huishoudens afgesloten van het
openbaar waterdistributienetwerk omdat ze de rekening niet konden betalen :
1589 afsluitingen in Antwerpen, 69 afsluitingen in Leuven, 69 afsluitingen in
Kortrijk, 68 afsluitingen in Oostende, 55 afsluitingen in Gent, 45 afsluitingen
in Mechelen, 38 afsluitingen in Turnhout, 35 afsluitingen in Roeselare , 20
afsluitingen in St-Niklaas, 18 afsluitingen in Brugge, 9 afsluitingen in Aalst,
7 afsluitingen in Genk , enz. Een duidelijke stijging tegenover 2011. (1)
In 2014
stuurde de Vlaamse watermaatschappijen 33.569 dossiers door naar de OCMW’s van
mensen die hun waterfactuur niet konden betalen , wat een stijging is van 7%
tegenover 2013. (2)
Dit zijn
waarschijnlijk onvolledige cijfers. Niet alleen is er wat betreft waterarmoede
weinig cijfers voor handen, er is ook net zoals bij energiearmoede verdoken
waterarmoede.
Verwacht
wordt dat met de draconische besparingen en de factuurverhogingen van de
huidige federale en Vlaamse regering dit verder zal toenemen.
Waterarmoede
zit ingebed in een complexe situatie van armoede, sociale uitsluiting en
maatschappelijke kwetsbaarheid. Mensen in armoede ervaren sociale uitsluitingen met structurele
oorzaken op de levensdomeinen huisvesting en
energie en water , inkomen en tewerkstelling, maatschappelijke dienstverlening,
onderwijs, gezondheidszorg, enz….De sociale uitsluitingen die veel mensen in
armoede ervaren zijn dezelfde, wat verschilt is hoe ze hiermee om gaan. Ieder
persoon in armoede gaat , vertrekkende vanuit hun binnenkant , op een andere
manier om met deze structurele uitsluitingsmechanismen. Sommigen vinden in deze
onrechtvaardigheden de kracht om verder te gaan , anderen trekken zich na de
zoveelste kwetsende ervaring terug om verdere kwetsuren te vermijden. Er is dus
een wisselwerking tussen structurele uitsluitingsprocessen op maatschappelijk
en institutioneel niveau en het persoonlijke niveau. Dit maakt dat
armoedebestrijding( en dus ook de bestrijding van waterarmoede) complex is.
Om
waterarmoede tegen te gaan moeten er dringend bijkomende maatregelen genomen
worden op het structurele en institutionele niveau, waaronder onder andere meer
sociale maatregelen( zoals de sociale openbare dienstverplichtingen bij
nutsvoorzieningenelektriciteit en gas).
1)Bron
cijfers: www.netwerk-tegen-armoede.be
2)Bron
cijfers: http://www.vvsg.be/nieuws/Paginas/Opnieuw-meer-mensen-in-waterarmoede-naar-OCMW’s.aspx
De waterscan, naar analogie van de
energiescan.
Naast de
structurele maatregelen kan er ook op het individuele niveau rond waterarmoede
gewerkt worden. Dit kan gebeuren met de methodiek waterscan. De waterscan kwam
er na de energiescan.
De
energiescan is een interessante methodiek om te werken aan energiebesparing en
energiearmoede bij maatschappelijk kwetsbare mensen. Het versterkt maatschappelijk kwetsbare
mensen en het heeft ene signaalfunctie naar het beleid toe. Daarnaast is het
ook tewerkstelling voor mensen met een
grote(re) afstand tot de reguliere arbeidsmarkt. Zo zorgden de energiescans in 2014 over heel
Vlaanderen voor een tewerkstelling van 276 personen binnen sociale
economieprojecten.
Tussen
september 2009 en september 2012 heb
ikzelf bachelor sociale readaptatiewetenschappen ( sociaal agogisch werk) gestudeerd aan
de KHLeuven. Mijn 2de en 3de jaarstage heb ik gedaan bij het
team energiesnoeiers van Leren Ondernemen, een vereniging waar armen het woord nemen. In 2015 was ik de begeleider van de energiesnoeiers bij Leren Ondernemen.
Tijdens mijn 2de jaarstage werd er binnen het team energiesnoeiers
van Leren Ondernemen geëxperimenteerd met de waterscan. Het was een
pilootproject. Later werd beslist dat de waterscan zal uitgevoerd worden door
de Vlaamse Watermaatschappij.
De cijfers van het aantal waterscan vs.
de cijfers van de aantal energiescans.
In 2014 zijn
in Vlaanderen 44 waterscans uitgevoerd door de VWM. Dat blijkt uit cijfers die
Vlaams minister van Milieu Joke Schauvliege vrijgaf als antwoord op een
parlementaire vraag van de sociaal-democratische oppositiepartij. (3)
44
waterscans in 2014, dat is bedroevend laag. Zeker als je weet dat een groeiend
aantal huishoudelijke afnemers hun facturen niet meer kunnen betalen en geconfronteerd worden met afsluiting van
nutsvoorziening water.
Wat betreft
de methodiek energiescan zien we een taal ander en veel beter plaatje.
In 2014
waren er in Vlaanderen 32 projecten van energiesnoeiers, die allemaal ingebed
zijn in sociale organisaties( meestal bij sociale economiebedrijven, maar ook
binnen een vereniging waar armen het woord nemen). Dit was goed voor een
tewerkstelling van 210 doelgroepmedewerkers( maatschappelijk kwetsbare mensen
die opgeleid zijn tot energiescanner) en 66 begeleiders die zorgen voor de
sociale en beleidsmatige omkadering binnen die projecten zelf. Wat een stijging
is tegenover 2013. In
2014 werden 20.658 energiescans uitgevoerd. Dit is een stijging tegenover 2013
toen er in totaal 19 224 energiescans werden uitgevoerd. (4)
Dit is veel
meer dan het aantal waterscans van de Watergroep.
(3)Bron
cijfers: http://www.hln.be/hln/nl/943/Consument/article/detail/2674267/2016/04/13/Slechts-44-waterscans-uitgevoerd-in-2014.dhtml
(4)Bron
cijfers: www.komosie.be
Onzekerheid over de methodiek energiescan.
Het najaar
van 2014 was een stresserende periode voor de energiesnoeiers in Vlaanderen. In
de week van 17 oktober ( internationale dag van verzet tegen armoede ) maakte
Vlaams minister van energie Annemie Turtelboom
( Open VLD) bekend dat ze de subsidiëring van de energiescan schrapt .
In het
Vlaamse regeerakkoord , p 87, kan je het volgende lezen over de energiescan : p
87: “De middelen voor de energiescan worden geheroriënteerd naar maatregelen
die energiearmoede aan de bron aanpakken, met een sterke operationele rol voor
sociaal economieprojecten.”
Deze
passage in het Vlaamse regeerakkoord zorgde voor onrust in de sector.
Toch was het vreemd dat Annemie net dan besliste om de financiering van de
methodiek energiescan stop te zetten. Ze , en bij uitbreiding de voltallige
Vlaamse regering, nam immers een
beslissing dat geheel in tegenspraak was met de beleidsnota energie.
“We zetten deze legislatuur in op een
doorgedreven structurele aanpak gericht op verlaging van het energieverbruik
via de versterkte ondersteuning van de uitvoering van energiebesparende
maatregelen. De middelen voor de energiescan worden geheroriënteerd naar
maatregelen die energiearmoede aan de bron aanpakken, met een sterke
operationele rol voor sociaal economieprojecten. Voor de begroting 2015
financier ik via de openbare
dienstverplichting bij de distributienetbeheerders de energiesnoeiers.
Ik maak werk van de in het regeerakkoord afgesproken heroriëntering van het
beleid om de energiearmoede aan de bron aan te pakken. Ik garandeer hierbij de
volledige tewerkstelling in de sector van de sociale economie (huidige 255
plaatsen) in de energiesector. Conform het regeerakkoord realiseer ik dit door
onder andere de versterking van het programma sociale dakisolatie. In de loop
van 2015 laat ik de werkzaamheden van de energie-snoeibedrijven, en de
energiesnoeiers monitoren. De monitoring en bijhorende analyse zal ik aan de
Vlaamse regering bij het opstellen van de begroting 2016 voorleggen. “
Een van de
belangrijkste reden waarom ze de financiering van de energiescan schrapte was
omdat bij 20% van de woningen waar een energiescan gebeurde structurele
energiebesparende maatregelen genomen werden. Dit vond Annemie Turtelboom te
weinig.
Bij 1 op 5
gebeurde er meer structurele ingrepen op het vlak van energiezuinigheid van de
woning. Dit kan ongetwijfeld – mits het nemen van de juiste ondersteuningsmaatregelen
–verhoogd worden. Toch leefde bij de energiescanprojecten , het Netwerk tegen
Armoede en het beleidsproject ‘Energie en Armoede’ van Samenlevingsopbouw het
gevoel dat Annemie Turtelboom voorbij ging aan hoe complex het is om bij maatschappelijk kwetsbare mensen te komen tot
structurele energiebesparende maatregelen aan de woningen waar ze in wonen.
Maatschappelijk
kwetsbare mensen ervaren immers tal van structurele drempels om te komen tot
structurele energiebesparende maatregelen. Ondanks specifieke financiële
ondersteuningsmaatregelen , waaronder de Vlaamse energielening ( de vroegere
FRGE-lening) , blijft de financiële drempel enorm. Bovendien huren heel wat
mensen in armoede. De verhuurder moet dan akkoord gaan voor er structurele maatregelen
kunnen genomen worden. Vaak worden er
ook in sociale huisvesting en appartementen op tussenverdiepingen een
energiescan gedaan .
Met deze
schrapping dreigde het doek te vallen over de energiesnoeiers en de
interessante methodiek die ze gebruiken. De energiescan is een interessante
methodiek om te werken aan energie – en waterbesparing en energiearmoede bij maatschappelijk
kwetsbare mensen. Daarnaast is het ook
tewerkstelling voor mensen met een
grote(re) afstand tot de reguliere arbeidsmarkt. Zo zorgden de energiescans in 2014 over heel
Vlaanderen voor een tewerkstelling van 276 personen.
Na luid protest en gedragen
beleidsbeïnvloeding van Komosie (de koepelorganisatie van milieuondernemers in
de sociale economie ) , het Netwerk
tegen Armoede ( de koepelorganisaties van alle verenigingen waar armen het
woord nemen in Vlaanderen en Brussel ) en het project ‘Energie en Armoede’ van
Samenlevingsopbouw kwam Annemie
Turtelboom en bij uitbreiding de gehele Vlaamse regering terug op de beslissing
en tekenen ze een beleid uit conform hun eigen beleidsnota energie.
Voorlopig is
de subsidiëring van de methodiek energiescan gegarandeerd tot eind 2016. Ondertussen is er een
evaluatie opgestart. De resultaten hiervan gaan meegenomen worden tijdens de
begrotingsbesprekingen in de schoot van de Vlaamse regering.
Hoopvol is
dat de methodiek energiescan is opgenomen in het plan ter bestrijding van
energiearmoede van Annemie Turtelboom, minister van onder andere energie. Al
blijft het onduidelijk hoe lang de methodiek energiescan gefinancierd zal worden.
Breng de waterscan onder bij de energiesnoeiers
en versterk zo sociale economieprojecten.
De methodiek
energiescan is een interessante manier om bij maatschappelijk kwetsbare mensen
te werken rond energie-en waterbesparing. Het versterkt maatschappelijk
kwetsbare mensen en het heeft een signaalfunctie naar sociale diensten en
overheden toe wat betreft schuldenproblematiek en (ernstige) gebreken op het
vlak van woonkwaliteit en energiezuinigheid van de huisvestingsmarkt. Het kan
ook een eerste stap zijn naar verdere hulpverlening.
Binnen de projecten
van energiesnoeiers is er niet alleen grote expertise aanwezig wat betreft
energiebesparing bij maatschappelijk kwetsbare mensen. Tijdens een energiescan
wordt vaak ook de waterfactuur bekeken en worden er bruikbare tips gegeven hoe
je aan waterbesparing kan doen, dit zonder comfortverlies.
Wat mij
betreft is het niet meer dan logisch dat de methodiek waterscan wordt
ondergebracht bij de energiesnoeiersprojecten. De gelijkenis met de methodiek
energiescan is groot en je kunt beiden niet los van elkaar zien. Bij de
energiesnoeiers en hun omkaderend personeel is er heel wat expertise op het
vlak van energie – en waterbesparing, maar ook op het vlak van het bereiken van maatschappelijk kwetsbare
gezinnen.
Deze
maatregel zou op verschillende vlakken winst opleveren. We bereiken meer
gezinnen en het zorgt voor meer tewerkstelling voor maatschappelijk kwetsbare
mensen. Waar wachten we nog op om hier werk van te maken.
Armoede in België 2016: laat sociale economieprojecten de waterscan uitvoeren.
Armoede in België 2016: laat de
waterscan uitvoeren door sociale economieprojecten.
Waterarmoede, een groeiend probleem.
Water is
levensnoodzakelijk. Iedereen heeft water nodig om te drinken, om eten klaar te
maken, voor je kleren te wassen, om jezelf te kunnen wassen, enz….Het recht op
water wordt expliciet genoemd in bepalingen van een aantal thematische
mensenrechtenverdragen zoals in artikel 14, § 2 van het VN-Verdrag tegen
Vrouwendiscriminatie en in artikel 24, § 2 van het VN-Kinderrechtenverdrag, maar
het wordt dus in geen enkel mensenrechtenverdrag als een zelfstandig recht
vermeld.
Resoluties
van de Mensenrechtenraad en de Algemene Vergadering van de VN inzake het recht
op water en sanitatie betekenen een verdere stap in de erkenning ervan op
internationaal niveau. In juli 2010 erkende de Algemene Vergadering van de VN
het recht op water en sanitatie als een mensenrecht dat essentieel is voor de
volle uitoefening van het recht op leven en van alle mensenrechten. In
september 2010 bevestigt de VN-Mensenrechtenraad dat het recht op drinkbaar
water en op sanitatie komt van het recht op een adequate levensstandaard en
intrinsiek verbonden is met het recht op de hoogst mogelijk bereikbare
standaard van fysische en mentale gezondheid, evenals met het recht op leven en
op menselijke waardigheid. De resolutie bevestigt het recht op water en
sanitatie als deel van het bestaand internationaal recht. Het bevestigt ook dat
de staten de verantwoordelijkheid hebben om de volle uitoefening van alle
mensenrechten te garanderen, en dat het feit dat diensten inzake levering van
drinkwater en/of inzake sanitatie aan een derde worden gedelegeerd de staat
niet ontslaat van haar verplichtingen inzake de mensenrechten.
Meer en meer mensen in België ervaren echter sociale
uitsluitingen op het vlak van toegang tot nutsvoorziening water. Een groeiend
aantal mensen hebben problemen met het betalen van hun 3 maandelijkse
voorschotfacturen en hun eindfacturen. Meer en meer mensen moeten een
afbetalingsplan aanvragen.
In 2009 werden
791 gezinnen afgesloten. In 2010 waren dat 2362 gezinnen. In 2011 waren er dit
4 497. In 2012 nam het aantal huishoudens die werden afgesloten verder toe. In
heel Vlaanderen werden in 2012 ongeveer 5073 huishoudens afgesloten van het
openbaar waterdistributienetwerk omdat ze de rekening niet konden betalen :
1589 afsluitingen in Antwerpen, 69 afsluitingen in Leuven, 69 afsluitingen in
Kortrijk, 68 afsluitingen in Oostende, 55 afsluitingen in Gent, 45 afsluitingen
in Mechelen, 38 afsluitingen in Turnhout, 35 afsluitingen in Roeselare , 20
afsluitingen in St-Niklaas, 18 afsluitingen in Brugge, 9 afsluitingen in Aalst,
7 afsluitingen in Genk , enz. Een duidelijke stijging tegenover 2011. (1)
In 2014
stuurde de Vlaamse watermaatschappijen 33.569 dossiers door naar de OCMW’s van
mensen die hun waterfactuur niet konden betalen , wat een stijging is van 7%
tegenover 2013. (2)
Dit zijn
waarschijnlijk onvolledige cijfers. Niet alleen is er wat betreft waterarmoede
weinig cijfers voor handen, er is ook net zoals bij energiearmoede verdoken
waterarmoede.
Verwacht
wordt dat met de draconische besparingen en de factuurverhogingen van de
huidige federale en Vlaamse regering dit verder zal toenemen.
Waterarmoede
zit ingebed in een complexe situatie van armoede, sociale uitsluiting en
maatschappelijke kwetsbaarheid. Mensen in armoede ervaren sociale uitsluitingen met structurele
oorzaken op de levensdomeinen huisvesting en
energie en water , inkomen en tewerkstelling, maatschappelijke dienstverlening,
onderwijs, gezondheidszorg, enz….De sociale uitsluitingen die veel mensen in
armoede ervaren zijn dezelfde, wat verschilt is hoe ze hiermee om gaan. Ieder
persoon in armoede gaat , vertrekkende vanuit hun binnenkant , op een andere
manier om met deze structurele uitsluitingsmechanismen. Sommigen vinden in deze
onrechtvaardigheden de kracht om verder te gaan , anderen trekken zich na de
zoveelste kwetsende ervaring terug om verdere kwetsuren te vermijden. Er is dus
een wisselwerking tussen structurele uitsluitingsprocessen op maatschappelijk
en institutioneel niveau en het persoonlijke niveau. Dit maakt dat
armoedebestrijding( en dus ook de bestrijding van waterarmoede) complex is.
Om
waterarmoede tegen te gaan moeten er dringend bijkomende maatregelen genomen
worden op het structurele en institutionele niveau, waaronder onder andere meer
sociale maatregelen( zoals de sociale openbare dienstverplichtingen bij
nutsvoorzieningenelektriciteit en gas).
1)Bron
cijfers: www.netwerk-tegen-armoede.be
2)Bron
cijfers: http://www.vvsg.be/nieuws/Paginas/Opnieuw-meer-mensen-in-waterarmoede-naar-OCMW’s.aspx
De waterscan, naar analogie van de
energiescan.
Naast de
structurele maatregelen kan er ook op het individuele niveau rond waterarmoede
gewerkt worden. Dit kan gebeuren met de methodiek waterscan. De waterscan kwam
er na de energiescan.
De
energiescan is een interessante methodiek om te werken aan energiebesparing en
energiearmoede bij maatschappelijk kwetsbare mensen. Het versterkt maatschappelijk kwetsbare
mensen en het heeft ene signaalfunctie naar het beleid toe. Daarnaast is het
ook tewerkstelling voor mensen met een
grote(re) afstand tot de reguliere arbeidsmarkt. Zo zorgden de energiescans in 2014 over heel
Vlaanderen voor een tewerkstelling van 276 personen binnen sociale
economieprojecten.
Tussen
september 2009 en september 2012 heb
ikzelf bachelor sociale readaptatiewetenschappen ( sociaal agogisch werk) gestudeerd aan
de KHLeuven. Mijn 2de en 3de jaarstage heb ik gedaan bij het
team energiesnoeiers van Leren Ondernemen, een vereniging waar armen het woord nemen. In 2015 was ik de begeleider van de energiesnoeiers bij Leren Ondernemen.
Tijdens mijn 2de jaarstage werd er binnen het team energiesnoeiers
van Leren Ondernemen geëxperimenteerd met de waterscan. Het was een
pilootproject. Later werd beslist dat de waterscan zal uitgevoerd worden door
de Vlaamse Watermaatschappij.
De cijfers van het aantal waterscan vs.
de cijfers van de aantal energiescans.
In 2014 zijn
in Vlaanderen 44 waterscans uitgevoerd door de VWM. Dat blijkt uit cijfers die
Vlaams minister van Milieu Joke Schauvliege vrijgaf als antwoord op een
parlementaire vraag van de sociaal-democratische oppositiepartij. (3)
44
waterscans in 2014, dat is bedroevend laag. Zeker als je weet dat een groeiend
aantal huishoudelijke afnemers hun facturen niet meer kunnen betalen en geconfronteerd worden met afsluiting van
nutsvoorziening water.
Wat betreft
de methodiek energiescan zien we een taal ander en veel beter plaatje.
In 2014
waren er in Vlaanderen 32 projecten van energiesnoeiers, die allemaal ingebed
zijn in sociale organisaties( meestal bij sociale economiebedrijven, maar ook
binnen een vereniging waar armen het woord nemen). Dit was goed voor een
tewerkstelling van 210 doelgroepmedewerkers( maatschappelijk kwetsbare mensen
die opgeleid zijn tot energiescanner) en 66 begeleiders die zorgen voor de
sociale en beleidsmatige omkadering binnen die projecten zelf. Wat een stijging
is tegenover 2013. In
2014 werden 20.658 energiescans uitgevoerd. Dit is een stijging tegenover 2013
toen er in totaal 19 224 energiescans werden uitgevoerd. (4)
Dit is veel
meer dan het aantal waterscans van de Watergroep.
(3)Bron
cijfers: http://www.hln.be/hln/nl/943/Consument/article/detail/2674267/2016/04/13/Slechts-44-waterscans-uitgevoerd-in-2014.dhtml
(4)Bron
cijfers: www.komosie.be
Onzekerheid over de methodiek energiescan.
Het najaar
van 2014 was een stresserende periode voor de energiesnoeiers in Vlaanderen. In
de week van 17 oktober ( internationale dag van verzet tegen armoede ) maakte
Vlaams minister van energie Annemie Turtelboom
( Open VLD) bekend dat ze de subsidiëring van de energiescan schrapt .
In het
Vlaamse regeerakkoord , p 87, kan je het volgende lezen over de energiescan : p
87: “De middelen voor de energiescan worden geheroriënteerd naar maatregelen
die energiearmoede aan de bron aanpakken, met een sterke operationele rol voor
sociaal economieprojecten.”
Deze
passage in het Vlaamse regeerakkoord zorgde voor onrust in de sector.
Toch was het vreemd dat Annemie net dan besliste om de financiering van de
methodiek energiescan stop te zetten. Ze , en bij uitbreiding de voltallige
Vlaamse regering, nam immers een
beslissing dat geheel in tegenspraak was met de beleidsnota energie.
“We zetten deze legislatuur in op een
doorgedreven structurele aanpak gericht op verlaging van het energieverbruik
via de versterkte ondersteuning van de uitvoering van energiebesparende
maatregelen. De middelen voor de energiescan worden geheroriënteerd naar
maatregelen die energiearmoede aan de bron aanpakken, met een sterke
operationele rol voor sociaal economieprojecten. Voor de begroting 2015
financier ik via de openbare
dienstverplichting bij de distributienetbeheerders de energiesnoeiers.
Ik maak werk van de in het regeerakkoord afgesproken heroriëntering van het
beleid om de energiearmoede aan de bron aan te pakken. Ik garandeer hierbij de
volledige tewerkstelling in de sector van de sociale economie (huidige 255
plaatsen) in de energiesector. Conform het regeerakkoord realiseer ik dit door
onder andere de versterking van het programma sociale dakisolatie. In de loop
van 2015 laat ik de werkzaamheden van de energie-snoeibedrijven, en de
energiesnoeiers monitoren. De monitoring en bijhorende analyse zal ik aan de
Vlaamse regering bij het opstellen van de begroting 2016 voorleggen. “
Een van de
belangrijkste reden waarom ze de financiering van de energiescan schrapte was
omdat bij 20% van de woningen waar een energiescan gebeurde structurele
energiebesparende maatregelen genomen werden. Dit vond Annemie Turtelboom te
weinig.
Bij 1 op 5
gebeurde er meer structurele ingrepen op het vlak van energiezuinigheid van de
woning. Dit kan ongetwijfeld – mits het nemen van de juiste ondersteuningsmaatregelen
–verhoogd worden. Toch leefde bij de energiescanprojecten , het Netwerk tegen
Armoede en het beleidsproject ‘Energie en Armoede’ van Samenlevingsopbouw het
gevoel dat Annemie Turtelboom voorbij ging aan hoe complex het is om bij maatschappelijk kwetsbare mensen te komen tot
structurele energiebesparende maatregelen aan de woningen waar ze in wonen.
Maatschappelijk
kwetsbare mensen ervaren immers tal van structurele drempels om te komen tot
structurele energiebesparende maatregelen. Ondanks specifieke financiële
ondersteuningsmaatregelen , waaronder de Vlaamse energielening ( de vroegere
FRGE-lening) , blijft de financiële drempel enorm. Bovendien huren heel wat
mensen in armoede. De verhuurder moet dan akkoord gaan voor er structurele maatregelen
kunnen genomen worden. Vaak worden er
ook in sociale huisvesting en appartementen op tussenverdiepingen een
energiescan gedaan .
Met deze
schrapping dreigde het doek te vallen over de energiesnoeiers en de
interessante methodiek die ze gebruiken. De energiescan is een interessante
methodiek om te werken aan energie – en waterbesparing en energiearmoede bij maatschappelijk
kwetsbare mensen. Daarnaast is het ook
tewerkstelling voor mensen met een
grote(re) afstand tot de reguliere arbeidsmarkt. Zo zorgden de energiescans in 2014 over heel
Vlaanderen voor een tewerkstelling van 276 personen.
Na luid protest en gedragen
beleidsbeïnvloeding van Komosie (de koepelorganisatie van milieuondernemers in
de sociale economie ) , het Netwerk
tegen Armoede ( de koepelorganisaties van alle verenigingen waar armen het
woord nemen in Vlaanderen en Brussel ) en het project ‘Energie en Armoede’ van
Samenlevingsopbouw kwam Annemie
Turtelboom en bij uitbreiding de gehele Vlaamse regering terug op de beslissing
en tekenen ze een beleid uit conform hun eigen beleidsnota energie.
Voorlopig is
de subsidiëring van de methodiek energiescan gegarandeerd tot eind 2016. Ondertussen is er een
evaluatie opgestart. De resultaten hiervan gaan meegenomen worden tijdens de
begrotingsbesprekingen in de schoot van de Vlaamse regering.
Hoopvol is
dat de methodiek energiescan is opgenomen in het plan ter bestrijding van
energiearmoede van Annemie Turtelboom, minister van onder andere energie. Al
blijft het onduidelijk hoe lang de methodiek energiescan gefinancierd zal worden.
Breng de waterscan onder bij de energiesnoeiers
en versterk zo sociale economieprojecten.
De methodiek
energiescan is een interessante manier om bij maatschappelijk kwetsbare mensen
te werken rond energie-en waterbesparing. Het versterkt maatschappelijk
kwetsbare mensen en het heeft een signaalfunctie naar sociale diensten en
overheden toe wat betreft schuldenproblematiek en (ernstige) gebreken op het
vlak van woonkwaliteit en energiezuinigheid van de huisvestingsmarkt. Het kan
ook een eerste stap zijn naar verdere hulpverlening.
Binnen de projecten
van energiesnoeiers is er niet alleen grote expertise aanwezig wat betreft
energiebesparing bij maatschappelijk kwetsbare mensen. Tijdens een energiescan
wordt vaak ook de waterfactuur bekeken en worden er bruikbare tips gegeven hoe
je aan waterbesparing kan doen, dit zonder comfortverlies.
Wat mij
betreft is het niet meer dan logisch dat de methodiek waterscan wordt
ondergebracht bij de energiesnoeiersprojecten. De gelijkenis met de methodiek
energiescan is groot en je kunt beiden niet los van elkaar zien. Bij de
energiesnoeiers en hun omkaderend personeel is er heel wat expertise op het
vlak van energie – en waterbesparing, maar ook op het vlak van het bereiken van maatschappelijk kwetsbare
gezinnen.
Deze
maatregel zou op verschillende vlakken winst opleveren. We bereiken meer
gezinnen en het zorgt voor meer tewerkstelling voor maatschappelijk kwetsbare
mensen. Waar wachten we nog op om hier werk van te maken.
dinsdag 22 september 2015
BDW’s en N-VA’s nationalisme is uitsluitingsnationalisme.
Bart De Wever en N-VA
wilt af van conventie van Geneve en grondrechten voor vluchtelingen.
Op 26 augustus 2015 zat Bart De Wever , nationaal voorzitter
van de rechts-nationalistische N-VA, in de studio van Terzake, een
duidingsprogramma van de VRT. Tijdens het programma haalde Bart De wever(N-VA)
zwaar uit naar asielzoekers , het Europees asiel – en migratiebeleid en gaf hij
een sneer richting Turkije.
In zijn stigmatiserende retoriek, waar hij asielzoekers en
terroristen over dezelfde kam scheerde, zei hij dat België overspoelt wordt
door vluchtelingen. Bart De Wever zei dat West-Europa het grootste deel van de
(Syrische) vluchtelingen van de huidige vluchtelingencrisis al opvangt. Bart De
Wever pleitte voor een ander asiel- en migratiebeleid. Pushbacks van
asielzoekers richting Turkije moet volgens Bart De Wever mogelijk worden
gemaakt.
‘Turkije is immers kandidaat lidstaat voor de EU, ‘ zei Bart
De Wever ( N-VA).
Belangrijk hier om te weten is dat N-VA tegen de toetreding
van Turkije tot de EU is. Als we echter naar de cijfers kijken, dan zien wij
een ander plaatje. Tussen april 2011 en eind juli van dit jaar (2015) vroegen
in totaal 348.540 Syriërs asiel aan in Europa. De meeste onder hen deden dat in
Duitsland (98.783) en Zweden (64.685). België kreeg volgens de cijfers van
UNHCR sinds april 2011, 6.334 asielaanvragen van Syrische vluchtelingen te
verwerken. (Bron cijfers:UNHCR)
Bart De Wever(N-VA) stelt Turkije voor zijn
verantwoordelijkheid. Hierbij gaat Bart De Wever totaal voorbij aan het feit
dat Turkije maar liefst 1 938 999 Syrische vluchtelingen, waaronder heel wat
Koerden, opvangt.
Een paar dagen na de schandalige uitspraken over onder
andere pushbacks richting Turkije is de wereld in schok. Op 2 september 2015
spoelt het dode lichaam van de 3-jarige Aylan Kurdi aan op de stranden van
Bodrum, Turkije. Aylan en zijn ouders waren op de vlucht voor het geweld in
Syrië.
Op 5 september 2015 zei Bart De Wever het volgende : "
Oorlogsvluchteling ben je tot je een grens bent overgestoken waar je veilig
bent en niet meer voor je leven hoeft te vrezen. Voor een Syriër is dat de
Turkse grens.Als die Syriërs, die Irakezen en die Afghanen toch nog de boot
willen nemen naar Griekenland, en vandaar uit bij voorkeur via Hongarije naar
Duitsland, dan gaat het om economische vluchtelingen. Om mensen die niet alleen
een veilig maar ook een beter leven willen. Dat begrijp ik perfect. Maar wees
dan eerlijk. En open niet je televisienieuws met de droeve, schuldbewuste
melding dat er een kind is gestorven, op de vlucht voor oorlog en geweld. Nee,
er is een kind gestorven doordat zijn ouders op zoek waren naar een betere
economische toekomst." (http://www.demorgen.be/binnenland/de-wever-die-dode-kleuter-is-niet-onze-schuld-a2446386/ )
Alsof dit nog niet erg genoeg was , deed Bart De Wever er vandaag (22/09/2015) een serieuze schep
bovenop. N-VA-voorzitter Bart De Wever heeft in zijn speech tijdens het
openingscollege politieke wetenschappen aan de Universiteit Gent vlijmscherpe
uitspraken gedaan over de asielcrisis.
Bart De Wever zei dat de vluchtelingen varen op een
economisch kompas..
‘Ze stappen in gammele bootjes, omdat de bommen achter hen
vallen. Excuseer?? Dames en heren, dat is gewoon niet waar’ , sneerde Bart De
wever tijdens zijn gastcollege.
Ons land is aantrekkelijk voor vluchtelingen wegens de kwaliteit
van de opvang, zei De Wever. ‘Er is de
kwaliteit van de opvang, de duidelijke procedure, de grote kans op erkenning.
Fedasil heeft een offerte opgesteld voor de privésector, à rato van 60 euro per
dag. Bij de vereisten zijn gratis wifi, gratis telefoon, gratis condooms. Dat
laatste vond ik wel zeer merkwaardig’, zei
Bart De Wever.
“Ah, mijn grootmoeder zit in een rusthuis. Ze krijgt een
factuur van 2.200 euro, ze krijgt 1.200 euro pensioen. Kunt u mij dat verschil
ook terugbetalen of moet mijn grootmoeder eerst asiel aanvragen? De publieke
opinie dreigt in mijn ogen helemaal af te haken."
Bart De Wever vindt de Conventie van Genève , dat het
recht op asiel en een menswaardig leven voor vluchtelingen garandeert , een
keurslijf is waar dringend over nagedacht moet worden.
"De Conventie garandeert de toegang tot de sociale
zekerheid op het niveau van de eigen onderdanen", aldus Bart De Wever.
"Maar de sociale zekerheid uit 1951 is niet te vergelijken met de huidige.
Sommige landen hebben een zeer gul, open systeem van sociale zekerheid
uitgewerkt en de Conventie biedt nu een ticket om daar als vluchteling deel van
te gaan uitmaken."
De nationale voorzitter van de N-VA pleit ervoor om een duidelijk onderscheid te maken tussen
mensenrechten en burgerrechten.
"We moeten
nadenken over een statuut waarbij je recht per recht opbouwt." Het eerste
voorstel daarin is de aanpassing van de kinderbijslag, die pas na vier jaar
volledig zou worden uitgekeerd. Daarnaast zou gezinshereniging kunnen worden
gekoppeld aan het hebben van een job en een woning. Om het aanzuigeffect van
ons land verder te verkleinen, dient ook het verblijfsrecht in de tijd te
worden beperkt.” (http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/regio/oostvlaanderen/1.2448439 )
Op 09/09/2012 zei Bart de Wever tijdens een debat in De
Zevende Dag tegen De Winter (VB) : "veel van uw voorstellen zijn zelfs
tegen de Conventie van Genève. En ja, eerlijk gezegd.. daar gaan wij nooit aan
meedoen, het spijt me. Het spijt me, daar doen wij nooit aan mee. Dat zijn
mensenrechten hé, meneer Dewinter " ( Bron: http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/videozone/archief/programmas/dezevendedag/2.24146/2.24147/1.1425507 )
Ruim 3 jaar later moeten diezelfde Conventie van Geneve op
de schop.
De Schengenzone is volgens Bart De Wever klinisch dood.
‘Om ze opnieuw tot
leven te wekken, moeten de buitengrenzen dicht. Daar moeten hotspots komen waar
de verdeling van de vluchtelingen doorheen Europa wordt georganiseerd’,
concludeerde De Wever.
Deze federale regering is eerste regering dat - onder druk van middenveldorganisaties en Groen- voorziet in opvang voor asielzoekers die nog geen asielprocedure hebben kunnen opstarten. Ook voorziet de regering extra middelen voor LOI's. Deze 2 positieve maatregelen worden serieus zwaar overschaduwd door retoriek en voorstellen tot beleidsmaatregelen die fundamentele grondrechten onder druk zetten.
Deze federale regering is eerste regering dat - onder druk van middenveldorganisaties en Groen- voorziet in opvang voor asielzoekers die nog geen asielprocedure hebben kunnen opstarten. Ook voorziet de regering extra middelen voor LOI's. Deze 2 positieve maatregelen worden serieus zwaar overschaduwd door retoriek en voorstellen tot beleidsmaatregelen die fundamentele grondrechten onder druk zetten.
Of hoe Bart De Wever(N-VA) met racistische toogpraat
verschillende bevolkingsgroepen tegen elkaar opzet. Verder stelt hij dat de
vluchtelingen profiteurs zijn. Het zijn schokkende racistische uitspraken die
hele bevolkingsgroepen stigmatiseren. Of hoe Bart De Wever(N-VA) met
racistische toogpraat verschillende bevolkingsgroepen tegen elkaar opzet. De
beleidsvoorstellen die Bart De Wever en de N-VA voorstellen lijken verdacht
veel op punten uit het 70-puntenplan van het Vlaams Belang en haalt een leven voor
asielzoekers dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid onderuit.
Het
morrelt aan de grondrechten die een menswaardig leven moet garanderen.
We moeten resoluut gaan voor een solidair en humaan beleid dat
vertrekt vanuit grondrechten voor asielzoekers en een beleid dat hen een menswaardig leven
garandeert. Dit is een beleid dat geloofd in sociale rechtvaardigheid en in de krachten van mensen.
Het betonneren van de
omgekeerde herverdeling.
Armoede, sociale uitsluiting en maatschappelijke
kwetsbaarheid is en blijft een groot probleem. Alle indicatoren staan op rood.
De inkomensongelijkheid neemt verder toe. De laatste cijfers van EU-SILC (
European Union –Statistics on Income and Living Conditions) vertellen ons dat
in 2013 ongeveer 15,3 % van de bevolking
in België moest leven met een inkomen onder de Europese armoedegrens. Dit
betekent dat 1 op 7 of ongeveer 1.656.800 personen in België in armoede leven
of een zeer groot risico hebben om in armoede terecht te komen.
Een groeiend aantal mensen ervaren sociale uitsluitingen met
structurele oorzaken op de levensdomeinen huisvesting en energie, inkomen en
tewerkstelling , onderwijs, gezondheidszorg, enz…
De huidige federale regering (N-VA, Open VLD, CD&V en
MR) moest op het moment van de opmaak van het regeerakkoord en de eerste draft
van de begroting 11,2 miljard euro zoeken om de begroting op orde te brengen. Zo'n
72, 1% daarvan wilt Michel 1 doen via besparingen. De sociale zekerheid is de
grootste slachtoffer. De nieuwe federale regering wilt tegen 2019 ongeveer 5,2
miljard euro snoeien in de sociale zekerheid.
De vorige federale regering
voerde de versterkte degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen en
de beperking in de tijd van de inschakelingsuitkering ( vroegere wachtuitkering
) in, met groeiende inkomensongelijkheid tot gevolg.
Deze nieuwe federale regering (N-VA, Open VLD, CD&V en
MR) gaat – te midden van een structureel tekort aan jobs – nog een serieuze
stap verder. Deze nieuwe federale regering voert een draconisch
besparingsbeleid door en wilt tegen het
einde van deze legislatuur 5 miljard euro wegsnijden uit de sociale zekerheid.
Ze schrapt in de inschakelingsuitkeringen door het invoeren van
diplomavereisten voor mensen tot 21 jaar en door de leeftijd dat je zo’n
uitkering kunt aanvragen te verlagen van 30 naar 25j. Het zullen de
maatschappelijk meest kwetsbare mensen zijn die hier het hardste door getroffen
wordt. Bovendien zorgt dit voor een verschuiving van het probleem van het
sociaal zekerheidssysteem naar het systeem van recht op maatschappelijke
integratie , waar het leefloon deel van uitmaakt. M.a.w. een verschuiving
richting het OCMW. De laatste cijfers tonen dit ondertussen aan. Volgens de
recentste cijfers van de overheidsdienst Maatschappelijke Integratie waren er
in april van dit jaar 115.027 Belgen met een leefloon van het OCMW.
Zowel op federaal als Vlaams niveau worden tal van
maatregelen genomen die maatschappelijk kwetsbare mensen het hardste treffen,
denken we maar aan de maatregelen die de toegang tot voldoende elektriciteit en
gas serieus onder druk zet, met groeiende energiearmoede tot gevolg.
De regeringen(federaal en Vlaams) versterken verder de
omgekeerde herverdeling , met groeiende armoede, inkomensongelijkheid en
maatschappelijke kwetsbaarheid tot gevolg.
De N-VA , de grootste partij in zowel de federale als
Vlaamse regering, ging naar de verkiezing met onder andere dat de
overheidsmiddelen van sociaal beleid moeten terechtkomen bij zij die het echt
nodig hebben. Wel, wat dit concreet in de praktijk voor de federale regering
betekend is duidelijk: inkomen afpakken van de maatschappelijk kwetsbare mensen
en de middenklasse en meer inkomen geven aan de rijken. Of anders gezegd:
afpakken van zij die het echt nodig hebben en geven aan zij die het niet nodig
hebben.
Het kan en moet anders . We moeten resoluut gaan voor een
emancipatorisch, krachtgericht en participatief sociaal beleid dat mensen
versterkt en de structurele uitsluitingsmechanismen wegwerkt, grondrechten
garandeert in plaats van afbouwt, de binnenkant ( de belevingswereld) van
mensen in armoede respecteert en vertrekkende vanuit de krachten, vaardigheden
en overlevingsstrategieën van mensen in armoede samen met hen duurzame stappen
vooruit zet. Inkomens ( hetzij uit arbeid of een sociale uitkering) boven de
Europese armoedegrens en betaalbare, kwaliteitsvolle en energiezuinige
huisvesting zijn 2 belangrijke startvoorwaarden.
Conclusie.
donderdag 28 mei 2015
Energiearmoede 2015 en het antwoord van de Vlaamse regering hierop.
1.Energiearmoede (elektriciteit, gas en water).
1.1. Definitie energiearmoede.
Binnen de EU werd energiearmoede of ‘fuel poverty’ voor het eerst getheoretiseerd in 1990 in de UK.
Een mijlpaal met betrekking tot energiearmoede is het boek ‘Fuel Poverty: from cold homes to affordable warmth’ van de Britse Brenda Boardman (1991).
Later, in 2001 kwam energiearmoede pas echt op de politieke agenda in het Verenigd Koninkrijk via de goedkeuring van de ‘UK Fuel Poverty Strategy’ . In dit document werd de volgende definitie van energiearmoede opgenomen:
‘A fuel poor household is one that cannot afford to keep adequately warm at reasonable cost. The most widely accepted definition of a fuel poor household is one which needs to spend more than 10% of its income on all fuel use to heat its home to an adequate standard of warmth. This is generally defined as 21ºC in the living room and 18ºC in the other occupied rooms – the temperatures recommended by the World Health Organisation.’
Op deze definitie en latere soortgelijke definities kwam echter kritiek. Later, in 2008 werd er een nieuwe definitie geformuleerd die ook door Jan Vranken steeds naar voren wordt geschoven als we spreken over energiearmoede.
‘Een persoon, lid van een huishouden , is in energiearmoede wanneer hij/zij bijzondere moeilijkheden ondervindt in zijn/haar woonst om zich te voorzien van energie die noodzakelijk is om zijn/haar elementaire noden te bevredigen.’
(Vranken, Huybrechts, Meyers 2011:42 )
1.2. Oorzaken/aandachtsgebieden en cijfers.
1.2.1. Huisvesting.
Huisvesting is een van de belangrijkste oorzaken van energiearmoede. Mensen in armoede komen in aanmerking voor een sociale woning. Een deel van de mensen in armoede wonen ook effectief in een sociale woning of in een wooneenheid dat verhuurd wordt via een sociaal verhuurkantoor ( SVK) . De sociale woningen zijn vaak in minder goede staat. Zeker de sociale woningen die in de jaren ’70 en ’80 zijn gebouwd voldoen niet aan de huidige eisen op het gebied van energiezuinigheid. Oudere sociale woningen zijn onvoldoende geïsoleerd, soms hebben ze nog enkel glas en vertonen ze zichtbare structurele gebreken.
Hierdoor wonen heel wat mensen in armoede in een woning op de private huurmarkt . De huurprijs is er hoog ,de huurwaarborg onbetaalbaar .
Mensen in armoede komen in het onderste segment van deze private huurmarkt terecht en wonen vaak in wooneenheden met structurele tekorten op het gebied van woonkwaliteit en energiezuinigheid.
Toegang tot nutsvoorzieningen elektriciteit , gas en water zijn verder ook grotendeels gelinkt aan huisvesting. Dreigende en effectieve uithuiszetting zet de toegang tot nutsvoorzieningen elektriciteit , gas en water ernstig onder druk. Mensen die in een daklozensituatie terecht komen verliezen grotendeels hun toegang tot nutsvoorzieningen elektriciteit , gas en water.
1.2.2. Sociale openbare dienstverplichtingen energiemarkt.
Sinds 1996, met onder andere de implementatie van de lokale adviescommissie ( LAC) , nam de Vlaamse overheid initiatieven in de strijd tegen energiearmoede.
Later, na de liberalisering van de energiemarkt in 2003 heeft de Vlaamse regering in verschillende stappen verder gezorgd voor een sociaal vangnet: de sociaal openbare dienstverplichtingen:
(1)Gratis kWh elektriciteit en gratis hoeveelheid gas. (2) Sociale maximumprijs en statuut beschermde klant. (3) Procedure wanbetaling. (4) Afsluiting en Lokale Adviescommissie (LAC) (5) De budgetmeter . (6) Schuldafbouw in de budgetmeter. (7) Minimale levering van aardgas bij de aardgasbudgetmeter tijdens de winter .(8) 10 ampère minimale levering elektriciteit.(9) Winterperiode waarin niet mag afgesloten worden.
Een groeiend aantal mensen kunnen hun facturen bij de commerciële energieleverancier niet meer betalen of moeilijk betalen en moeten een afbetalingsplan aanvragen. Zo’n 109 220 huishoudelijk afnemers gingen in 2013 een afbetalingsplan aan met hun commerciële energieleveranciers , wat een stijging tegenover 2012 toen het zo’n 106 178 gezinnen waren. Zo’n 11 672 of 10,69% van de lopende afbetalingsplannen werden afgesloten door gezinnen die statuut beschermde afnemer hadden. Dit ligt hoger dan de 7,73% van de Vlamingen die de sociale maximumprijs voor elektriciteit hebben . (1)
De gemiddelde uitstaande schuld op het moment dat het afbetalingsplan werd afgesloten, bedraagt in 2013 890 euro, wat een stijging is tegenover 2012 toen dit 877 euro was.
Voor beschermde afnemers ligt de af te lossen schuld met 617 euro 34% lager dan bij niet-beschermde afnemers (924 euro) wat logisch is gezien het verbruik van beschermde afnemers afgerekend wordt aan de lagere sociale maximumprijs.(1)
De commerciële energieleveranciers mogen eenzijdig beslissen of ze een afbetalingsplan toestaan en mogen ook zelf het maandelijkse afbetalingsbedrag kiezen. Dit zorgt vaak voor onrealistische afbetalingsplannen.
Gemiddeld betaalt een gezin dat in 2013 een afbetalingsplan voor elektriciteit aanging maandelijks 140 euro af. Dit komt dus bovenop het maandelijks te betalen voorschotbedrag voor elektriciteit en aardgas. Het gemiddeld maandelijks af te lossen bedrag voor beschermde afnemers ligt bij alle leveranciers lager dan voor niet-beschermde afnemers en globaal ligt dit, net als de schuld, 33% (bijna 50 euro) lager.
Om een gemiddelde schuld van 890 euro af te lossen à rato van 140 euro/maand, zijn 6,4 aflossingen nodig. Gemiddeld loopt een betaalplan dus over ongeveer zes maanden. (1)
Zo’n 47.751 betaalplannen (44% van alle lopende betaalplannen) werden in 2013 wegens omstandigheden niet correct nageleefd, wat een stijging is tegenover 2012 toen dit 38 721 betaalplannen (36%) waren. Bij beschermde klanten ligt deze ratio nog 3% lager. (1)
Door de onzekere inkomenssituatie , de sociale uitsluiting en de complexiteit van een leven in armoede moeten mensen soms moeilijke keuzes maken en kunnen ze niet altijd het afgesproken afbetalingsplan nakomen. Als huishoudelijke afnemers hun afbetalingsplan niet nakomen, dan mogen commerciële energieleveranciers het contract stopzetten .
Zo’n 76.814 gezinnen kregen in 2013 ( 2012: 66 378 gezinnen ) een brief dat hun leveringscontract elektriciteit werd opgezegd. Ongeveer 35% werd geannuleerd. Er wordt vermoed dat leveranciers de opzegging gebruiken als een stap in hun invorderingsproces om druk te zetten op hun klanten om te betalen dan wel om nieuwe voorwaarden te kunnen stellen (bijvoorbeeld een waarborg vragen) om de klant alsnog te behouden. Bij 49.603 gezinnen werd het contract voor elektriciteit definitief opgezegd, wat een stijging is tegenover 2012 toen dit 43 225 gezinnen waren. (1)
Voor nutsvoorziening aardgas werden in 2013 zo’n van 37.458 contracten definitief opgezegd.
Net als het aantal betaalplannen steeg in 2013 ook het aantal effectief opgezegde contracten voor zowel elektriciteit (+15%) als aardgas (+12%), en dit veel substantiëler dan 2012 (+0,5% en +8%). (1)
Mensen hebben dan 60 dagen de tijd om een contract af te sluiten met een nieuwe commerciële energieleverancier. Door diverse uitsluitingen is dit vaak heel moeilijk.
Hierdoor komen ze vaak bij de netwerkbeheerder terecht, waar de energieprijzen het gemiddelde is van de prijzen op de commerciële energiemarkt.
In 2013 kregen 85.525 huishoudens hun elektriciteit en/of gas van de netwerkbeheerder, wat een zeer lichte daling is tegenover 2012.
Ook bij de netwerkbeheerders voor elektriciteit en gas vragen meer en meer mensen een afbetalingsplan aan. Wanneer mensen bij de netwerkbeheerder hun afbetalingsplannen niet kunnen nakomen worden ze geconfronteerd met de plaatsing van een budgetmeter voor elektriciteit en/of aardgas.
In 2013 werden 16.477 afbetalingsplannen voor elektriciteit opgestart bij de netwerkbeheerder waarvan de eerste aflossing in hetzelfde jaar plaatshad. Hierin zitten zowel de klassieke betaalplannen (via overschrijving) als de betaalplannen geprogrammeerd in de budgetmeter. Gemiddeld hadden de gezinnen 743 euro schuld op het moment dat dit betaalplan in 2013 werd afgesloten. Het gemiddelde betalingsbedrag per maand van deze afbetalingsplannen is 56 euro en ligt iets lager voor beschermde afnemers (46 euro) dan voor niet-beschermde afnemers (57 euro).(1)
Door de onzekere inkomenssituatie , de sociale uitsluiting en de complexiteit van een leven in armoede moeten mensen soms moeilijke keuzes maken en kunnen ze niet altijd het afgesproken afbetalingsplan nakomen.
Het aantal mensen in Vlaanderen dat geconfronteerd worden met de plaatsing van een budgetmeter voor elektriciteit en/of aardgas stijgt.
Ook de prijs van elektriciteit en gas bij een budgetmeter ligt hoog en is het gemiddelde van de 2 grootste ( en ook duurste) commerciële energieleveranciers.
Op 01/01/2015 waren 42.327 budgetmeters voor elektriciteit actief in Vlaanderen . Dit is een opvallende stijging tegenover eind 2010 toen er 41 200 budgetmeters voor elektriciteit waren.
Het aantal naakte budgetmeters voor elektriciteit , waar de stroombegrenzersfunctie 10 ampère werd uitgeschakeld, bedroeg in 2015 ongeveer 11.259 budgetmeters . Verder verbruikten op 31 december 2012 2 081 gezinnen in Vlaanderen elektriciteit via een klassieke stroombegrenzer. Eind 2013 waren er een 94 extra stroombegrenzers actief in vergelijking met begin 2013. 2.175 gezinnen in Vlaanderen verbruikten eind 2013 stroom via een klassieke stroombegrenzer.
In stad Leuven ( waar ik woon) waren er op 31/12/2013 zo’n 425 actieve budgetmeters voor elektriciteit.
Op 01/01/2010 waren er 4 488 geplaatste en actieve budgetmeters voor aardgas in Vlaanderen. Op 01/01/2012 waren er 24 190 geplaatste en actieve budgetmeters voor aardgas en eind 2012 waren dit 27 232 gezinnen. Op 01/01/2015 waren er 28.334 actieve budgetmeters voor aardgas. Dit betekent dat de afgelopen 4 jaar 23 846 bijkomende aardgasbudgetmeters zijn geplaatst .De implementatie van de budgetmeter voor aardgas startte in 2009. Er is dus duidelijk een inhaalbeweging bezig. In stad Leuven waren er op 31/12/2013 zo’n 221 affectieve budgetmeters voor aardgas(1)
Er is een groeiend probleem met de budgetmeters voor aardgas. Wanneer je uw budgetmeter voor elektriciteit ( tijdelijke) niet kunt opladen kom je eerst op een noodkrediet terecht en kan je later ( tijdelijk) gebruik maken van een minimumlevering van 10 ampère. Bij een budgetmeter voor aardgas is een minimumlevering voorlopig niet mogelijk, met schrijnende levensomstandigheden en groeiende energiearmoede tot gevolg.
Op 11 december 2009 hebben het participatief beleidsproject ‘Energie en Armoede’ van Samenlevingsopbouw Antwerpen provincie, het Vlaams Netwerk tegen Armoede ( tot 2012 noemde dit het Vlaams netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen) , ACW en Welzijnszorg opgeroepen om de implementatie van de budgetmeter voor aardgas stop te zetten zolang er geen minimumlevering mogelijk is.
http://www.samenlevingsopbouw-antwerpenprovincie.be/uploads/publicaties/EA/091211_E_aardgasbudgetmeter_vrijetribune.pdf
Ook de partij Groen roept als enigste partij in Vlaanderen op om de plaatsing van de aardgasbudgetmeter stop te zetten:
http://www.groen.be/actualiteit/Persbericht-iedereen-heeft-recht-op-een-minimum-aan-aardgas_1451.aspx
Op 24 september 2010 nam de Vlaamse regering bijkomende maatregelen: mensen die hun budgetmeter voor aardgas niet kunnen opladen kunnen bij het OCMW terecht en na een sociaal onderzoek kan het OCMW beslissen om een minimumhoeveelheid aardgas ter beschikking te stellen.
Als we de cijfers bekijken zien we dat in de winterperiode 2013-2014 zo’n 276 Vlaamse OMCW’s (90%) besloten om principieel gebruik te maken van de regeling. Zo’n 210 van deze OCMW’s (68%) keerde effectief tussenkomsten uit (168 in 2010 -2011) . We moeten dus vaststellen dat niet elk van die 276 OCMW’s ook affectief bedragen uitkeert. (2)
In Leuven is er een lichte toename in het aantal toekenningen waar te nemen. In de winterperiode 2011-2012 waren er 3aanvragen/toekenningen. In de winterperiode 2012-2013 waren er 10 aanvragen , waarvan 6 toekenningen en 4 aanvragen werden geweigerd.(3)
Het aantal mensen die toegang kregen tot de ‘minimale’ levering tijdens de winterperiode 2013-2014 steeg dus tegenover de vorige winterperiodes . Toch blijft het aantal toekenningen van de ‘minimale’ levering bedroevend laag. Zo’n 27 232 gezinnen hebben een aardgasbudgetmeter, 2.784 ontvingen een beperkte toelage.(2)
De stijging van het aantal toelagen concentreert zich voornamelijk in een beperkt aantal OCMW’s die voluit gaan voor het systeem.
Een van de grootste knelpunten waardoor het aantal aanvragen en toekenningen zo klein is ,heeft met de bekendheid van deze maatregel te maken. Uit het werk van ‘t participatief beleidsproject ‘Energie en Armoede’ van Samenlevingsopbouw Antwerpen provincie i.s.m. verenigingen waar armen het woord nemen blijkt dat heel veel mensen in armoede niet op de hoogte zijn van deze maatregel.
Ook de Vereniging van Vlaamse steden en gemeenten heeft in een recent rapport gesteld dat de maatregel onvoldoende gekend is. Hierdoor is de toegang tot deze maatregel onvoldoende gegarandeerd.
In samenwerking met verenigingen waar armen het woord nemen en andere relevante sociale actoren kunnen de lokale OCMW’s deze maatregel beter bekend maken. De communicatie gebeurd het best op maat van de belevingswereld van mensen in armoede. Verenigingen waar armen het woord nemen en buurtwerkingen spelen ook een belangrijke rol in het dedecteren van verborgen (energie)armoede.
Het OCMW zou ook zelf actief op zoek kunnen gaan naar alle mensen die hun budgetmeter voor aardgas tijdens de wintermaanden niet kunnen opladen.
Via de knipperlichtprocedure zijn de OCMW’s op de hoogte van iedereen die hun budgetmeter voor aardgas niet kan opladen. Het OCMW zou , gebruikmakend van deze lijst, met iedereen contact kunnen opnemen en hen zo een ‘minimale’ levering aardgas ter beschikking kunnen stellen .
Het argument dat dit te zwaar zou doorwegen op de OCMW-begroting klopt niet. Het OCMW kan 70% van het uitgekeerde bedrag terugvorderen bij de netwerkbeheerder. De overige 30 % van het bedrag kan het OCMW betalen met geld van het federaal energiefonds. Uiteindelijk is het uitkering van de ‘minimale ‘ levering aardgas zelf dus een budgetneutrale maatregel.
De distributienetbeheerder kan een dossier voor de lokale adviescommissie ( LAC ) brengen met de vraag om een afnemer van gas of elektriciteit af te sluiten.
In 2013 werden 32.659 dossiers betreffende nutsvoorziening elektriciteit naar de LAC doorgestuurd en 27.919 werden effectief behandeld. In de loop van 2013 waren er 1.150 afsluitingen na advies LAC.
In Leuven zijn in 2013 bij 19 huishoudens de stroombegrenzer uitgeschakeld na een LAC-beslissing. Verder werden 3 huishoudens afgesloten van elektriciteit na een LAC-beslissing omdat ze hun afbetalingsplan wegens redenen niet konden nakomen. (2)
Betreffende aardgas werden er in 2013 zo’n 22.625 dossiers naar de LAC doorgestuurd en19.525 werden effectief behandeld. (1)
In 2013 werden er in Leuven zo’n 223 dossiers behandeld door de LAC betreffende nutsvoorziening aardgas. (3)
(1)Bron cijfers: http://www.vreg.be/sites/default/files/rapporten/rapp-2014-7_0.pdf
(2)Bron cijfers: participatief project ‘ Energie en Armoede’ van Samenlevingsopbouw i.s.m. verenigingen waar armen het woord nemen.
(3)Bron cijfers : http://www.vreg.be
1.3. Toegang tot water.
Water is levensnoodzakelijk. Iedereen heeft water nodig om te drinken, om eten klaar te maken, voor je kleren te wassen, om jezelf te kunnen wassen, enz….
Meer en meer mensen in België ervaren sociale uitsluitingen op het vlak van toegang tot nutsvoorziening water. Een groeiend aantal mensen hebben problemen met het betalen van hun 3 maandelijkse voorschotfacturen en hun eindfacturen. Meer en meer mensen moeten een afbetalingsplan aanvragen.
In 2009 werden 791 gezinnen afgesloten. In 2010 waren dat 2362 gezinnen. In 2011 waren er dit 4 497. In 2012 nam het aantal huishoudens die werden afgesloten verder toe. In heel Vlaanderen werden in 2012 ongeveer 5073 huishoudens afgesloten van het openbaar waterdistributienetwerk omdat ze de rekening niet konden betalen : 1589 afsluitingen in Antwerpen, 69 afsluitingen in Leuven, 69 afsluitingen in Kortrijk, 68 afsluitingen in Oostende, 55 afsluitingen in Gent, 45 afsluitingen in Mechelen, 38 afsluitingen in Turnhout, 35 afsluitingen in Roeselare , 20 afsluitingen in St-Niklaas, 18 afsluitingen in Brugge, 9 afsluitingen in Aalst, 7 afsluitingen in Genk , enz. Een duidelijke stijging tegenover 2011. (4)
Verwacht wordt dat dit door de versterkte degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen nog verder zal toenemen. Deze dwingende cijfers vragen om een krachtdadiger armoedebeleid dat armoede en sociale uitsluiting aanpakt en niet de armen. Bijkomende structurele maatregelen zoals bijkomende sociale maatregelen op de watermarkt en een verhoging van de sociale uitkeringen en de minimumlonen tot boven de Europese armoedegrens zijn meer dan ooit nodig.
(4) Bron cijfers: www.netwerktegenarmoede.be
2.Oorzaken energie – en waterarmoede.
Energie – en waterarmoede is een complexe problematiek dat zit ingebed in een bredere armoedesituatie.
Mensen in armoede ervaren sociale uitsluitingen met structurele oorzaken op de levensdomeinen huisvesting en energie en water , inkomen en tewerkstelling, maatschappelijke dienstverlening, onderwijs, gezondheidszorg, enz….
Hierdoor hebben mensen in armoede een inkomen ( hetzij uit werk of een sociale uitkering ) dat zich onder de Europese armoedegrens bevindt. Door deze onzekere inkomenssituatie moeten mensen onderaan de sociale ladder vaak pijnlijke keuzes maken en worden ze geconfronteerd met de opbouw van overlevingsschulden ( huur, elektriciteit , verwarming, gezondheidszorg, …) Ook mensen met een inkomen net boven de Europese armoedegrens hebben meer en meer problemen met de betaling van de facturen voor huur , elektriciteit, gas, water,enz.
Een groeiend aantal mensen kunnen hun facturen bij de commerciële energieleverancier niet meer betalen of moeilijk betalen en moeten een afbetalingsplan aanvragen. De commerciële energieleveranciers mogen eenzijdig beslissen of ze een afbetalingsplan toestaan en mogen ook zelf het maandelijkse afbetalingsbedrag kiezen. Dit zorgt vaak voor onrealistische afbetalingsplannen.
Door de onzekere inkomenssituatie , de sociale uitsluiting en de complexiteit van een leven in armoede moeten mensen soms moeilijke keuzes maken en kunnen ze niet altijd het afgesproken afbetalingsplan nakomen. Als huishoudelijke afnemers hun afbetalingsplan niet nakomen, dan mogen commerciële energieleveranciers het contract stopzetten .
Door sociale uitsluiting vinden huishoudelijke afnemers vaak moeilijk een nieuwe commerciële energieleverancier en komen ze bij de netwerkbeheerder terecht , waar de prijs hoger ligt dan de gemiddelde prijs op de commerciële energiemarkt. Ook bij de netwerkbeheerders voor elektriciteit en gas vragen meer en meer mensen een afbetalingsplan aan. Wanneer mensen bij de netwerkbeheerder hun afbetalingsplannen niet kunnen nakomen worden ze geconfronteerd met de plaatsing van een budgetmeter voor elektriciteit en/of aardgas.
Voor mensen (in armoede) die verwarmen via elektriciteit is huisvesting een grote oorzaak van energiearmoede.
Maatschappelijk kwetsbare mensen wonen in sociale woningen of private huurwoningen die tot het onderste segment van de private huurmarkt behoren. Deze woningen ( vooral op de private huurmarkt) vertonen vaak structurele gebreken op het gebied van woonkwaliteit. De structurele gebreken die kunnen voorkomen zijn : groezelige en slecht verlichte gangen, te kleine huisvesting, versleten raamwerk, enkel glas, slecht sluitende vensters , tochtende vensters , rottend raamwerk, vochtplekken , schimmel op muren, het binnen sijpelen van water via het plafond/dak als het regent, slechte isolatie, elektrocutiegevaar, gevaar voor CO-vergiftiging, enz…….
Deze structurele tekorten op het gebied van woonkwaliteit zorgen ervoor dat het meer energie vraagt om de ruimtes warm te krijgen.
Mensen in armoede wonen vaak in wooneenheden waar er verwarmt wordt op elektriciteit , wat de elektriciteitsfactuur enorm doet oplopen.
Bovendien zitten we met een degressieve tarifering : hoe meer je verbruikt , hoe minder je voor een kWh elektriciteit betaalt. Mensen in armoede moeten noodgedwongen veel energie gebruiken omdat ze heel vaak, vooral op de private huurmarkt , in woningen wonen die structurele gebreken vertonen op het gebied van woonkwaliteit en verwarmen ook met elektriciteit. Maar de echte grote verbruikers zijn de mensen helemaal bovenaan de sociale ladder. Zij verbruiken het meeste energie. Cijfermateriaal van de VREG toont dit heel duidelijk aan. Of anders gezegd : de echte grootverbruikers, de rijken, betalen minder per kWh elektriciteit dan mensen in armoede en de middenklassers . Qua Mattheüseffect kan dit tellen.
Op het vlak van water zijn er eerder beperkte sociale maatregelen.
3. De Vlaamse en federale regering en de bestrijding van energiearmoede.
3.1. Afschaffing gratis kWh elektriciteit en gratis hoeveelheid water.
De gratis kWh elektriciteit en de gratis hoeveelheid water wordt afgeschaft vanaf 1januari 2016. De gratis KWh elektriciteit maakt deel uit van de sociale openbare dienstverplichtingen ( sociale maatregelen ) op de energiemarkt. ( zie 1.2.2 )
De N-VA heeft voorspelt dat ze dit wilde doen .
Op zondag 01/12/2013 zat Liesbeth Homans ( N-VA) in de studio van de 7de dag . Het asociale karakter van de N-VA werd heel snel duidelijk.
Liesbeth Homans ( N-VA) verklaarde geen voorstander te zijn van een BTW-verlaging op elektriciteit , maar wilde niet direct zeggen hoe N-VA de elektriciteitsfactuur wil laten dalen. Na herhaaldelijk vragen door de moderator werd het duidelijk. N-VA wil de elektriciteitsfactuur laten dalen door het nemen van structurele maatregelen en wil snoeien in de sociaal openbare dienstverplichtingen ( sociale maatregelen) op de elektriciteitsmarkt. Dit heeft ze toen in bedekte termen gezegd en in het verleden al verscheidende keren openlijk gezegd. Bovendien staat dit ook in een dossier van de N-VA aangaande het thema energie. Volgens Homans ( N-VA) verzwaart dit ( de sociale openbare dienstverplichtingen) behoorlijk de elektriciteitsfactuur.
Hier neemt Homans een loopje met de werkelijkheid. Zoals Homans ongetwijfeld weet bestaat de totale elektriciteitsfactuur uit een aantal elementen : (1) de eigenlijke prijs elektriciteit die de commerciële energieleverancier of de netwerkbeheerder aanrekent (2) Heffingen door de netwerkbeheerders ( onderhoud netwerk, heffingen pensioenlasten medewerkers netwerkbeheerders, financiering sociale openbare dienstverplichtingen , groene stroomcertificaten , financiering beleid rationeel energieverbruik, enz) . (3) Heffingen door Fluxis/Elia . (4) Federale heffingen ( nucleair fonds, financiering CREG, financiering sociaal fonds, sociale klanten, enz.) . (5) Heffing BTW.
Als we kijken naar de kost van de sociale openbare dienstverplichtingen , dan stellen we vast dat de totale kost van de sociale openbare dienstverlening ( sociale maatregelen) slechts 3 tot 5 % is van het bedrag dat de netwerkbeheerders aanrekenen.
Stellen dat de sociale maatregelen een van de grote redenen is dat de elektriciteitsfactuur zo hoog is , klopt dus niet.
3.1.1. Naar een basisrecht op elektriciteit en water.
Waar de menselijke waardigheid serieus onder druk komt te staan , moeten we dus bijkomende structurele maatregelen durven nemen. In die zin ben ik absoluut tegen de afschaffing van de gratis kWh elektriciteit en de gratis hoeveelheid water.
Ik sta volledig achter het standpunt van het participatief project ‘ Energie en Armoede ‘ van Samenlevingsopbouw Antwerpen i.s.m. met verenigingen waar armen het woord nemen en het Netwerk tegen Armoede ( de koepelorganisatie van Vlaamse en Brusselse verenigingen waar armen het woord nemen) die zeggen dat de gratis kWh elektriciteit en gratis hoeveelheid water moet behouden worden en zelf verder uitgebouwd moet worden.
We moeten gaan naar een grondrecht op energie en water en een gegarandeerd basispakket elektriciteit , gas en water dat mensen in staat stelt om een leven te leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid. Een grondrecht op energie en water zorgt ervoor dat je alle toekomstige wetgeving daaraan moet aftoetsen.
De toegang tot nutsvoorzieningen elektriciteit , gas en water kan gegarandeerd worden via een basispakket energie en water. Dit basispakket energie en water moet voldoende groot zijn , zodat de basisbehoeften gedekt zijn. Dit basispakket moet voor iedereen gelden , dus ook voor mensen met een naakte budgetmeter voor elektriciteit ( een budgetmeter waar de 10 ampère functie is uitgehaald) en voor mensen die volledig zijn afgesloten.
De gratis kWh elektriciteit en gratis hoeveelheid water is momenteel de maatregel die het dichtst in de buurt komt van een algemeen basispakket energie en water, maar is onvoldoende. De huidige gratis kWh elektriciteit en gratis hoeveelheid water is een eerste stap.
Het systeem van de gratis KWh elektriciteit en water is een eenvoudige en glasheldere maatregel die praktisch iedereen ( soms worden er gevallen opgetekend dat de gratis hoeveelheid water en elektriciteit niet in mindering wordt gebracht. Dan moet dit worden rechtgezet) bereikt. Verder bouwen op deze maatregel zou dus zeer slim beleid zijn.
Als dit huidige systeem versterkt wordt , dan kunnen we gaan naar een volwaardig basispakket energie en water dat mensen in staat stelt om een leven te leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid.
We moeten dus niet gaan naar de afschaffing van dit systeem, maar net naar een versterking ervan.
Daarnaast moet er samen met het Netwerk tegen armoede , Samenlevingsopbouw , mensen in armoede , sociale uitsluiting en maatschappelijke kwetsbaarheid en andere relevante actoren een emancipatorisch en krachtgericht beleid uitgetekend worden dat maatschappelijk kwetsbare mensen versterkt en de structurele uitsluitingsmechanismen op de verschillende levensdomeinen wegwerkt.
2.2. De energiescan.
Het najaar van 2014 was een stresserende periode voor de energiesnoeiers in Vlaanderen. In de week van 17 oktober ( internationale dag van verzet tegen armoede ) maakte Vlaams minister van energie Annemie Turtelboom ( Open VLD) bekend dat ze de subsidiëring van de energiescan schrapt .
In het Vlaamse regeerakkoord , p 87, kan je het volgende lezen over de energiescan : p 87: “De middelen voor de energiescan worden geheroriënteerd naar maatregelen die energiearmoede aan de bron aanpakken, met een sterke operationele rol voor sociaal economieprojecten.”
Deze passage in het Vlaamse regeerakkoord zorgde voor onrust in de sector. Toch was het vreemd dat Annemie net dan besliste om de financiering van de methodiek energiescan stop te zetten. Ze , en bij uitbreiding de voltallige Vlaamse regering, nam immers een beslissing dat geheel in tegenspraak was met de beleidsnota energie.
“We zetten deze legislatuur in op een doorgedreven structurele aanpak gericht op verlaging van het energieverbruik via de versterkte ondersteuning van de uitvoering van energiebesparende maatregelen. De middelen voor de energiescan worden geheroriënteerd naar maatregelen die energiearmoede aan de bron aanpakken, met een sterke operationele rol voor sociaal economieprojecten. Voor de begroting 2015 financier ik via de openbare dienstverplichting bij de distributienetbeheerders de energiesnoeiers. Ik maak werk van de in het regeerakkoord afgesproken heroriëntering van het beleid om de energiearmoede aan de bron aan te pakken. Ik garandeer hierbij de volledige tewerkstelling in de sector van de sociale economie (huidige 255 plaatsen) in de energiesector. Conform het regeerakkoord realiseer ik dit door onder andere de versterking van het programma sociale dakisolatie. In de loop van 2015 laat ik de werkzaamheden van de energie-snoeibedrijven, en de energiesnoeiers monitoren. De monitoring en bijhorende analyse zal ik aan de Vlaamse regering bij het opstellen van de begroting 2016 voorleggen. “
Een van de belangrijkste reden waarom ze de financiering van de energiescan schrapte was omdat bij 20% van de woningen waar een energiescan gebeurde structurele energiebesparende maatregelen genomen werden. Dit vond Annemie Turtelboom te weinig.
Bij 1 op 5 gebeurde er meer structurele ingrepen op het vlak van energiezuinigheid van de woning. Dit kan ongetwijfeld – mits het nemen van de juiste ondersteuningsmaatregelen –verhoogd worden. Toch leefde bij de energiescanprojecten , het Netwerk tegen Armoede en het beleidsproject ‘Energie en Armoede’ van Samenlevingsopbouw het gevoel dat Annemie Turtelboom voorbij ging aan hoe complex het is om bij maatschappelijk kwetsbare mensen te komen tot structurele energiebesparende maatregelen aan de woningen waar ze in wonen.
Maatschappelijk kwetsbare mensen ervaren immers tal van structurele drempels om te komen tot structurele energiebesparende maatregelen. Ondanks specifieke financiële ondersteuningsmaatregelen , waaronder de Vlaamse energielening ( de vroegere FRGE-lening) , blijft de financiële drempel enorm. Bovendien huren heel wat mensen in armoede. De verhuurder moet dan akkoord gaan voor er structurele maatregelen kunnen genomen worden. Vaak worden er ook in sociale huisvesting en appartementen op tussenverdiepingen een energiescan gedaan .
Met deze schrapping dreigde het doek te vallen over de energiesnoeiers en de interessante methodiek die ze gebruiken. De energiescan is een interessante methodiek om te werken aan energie – en waterbesparing en energiearmoede bij maatschappelijk kwetsbare mensen. Daarnaast is het ook tewerkstelling voor mensen met een grote(re) afstand tot de reguliere arbeidsmarkt. Zo zorgden de energiescans in 2014 over heel Vlaanderen voor een tewerkstelling van 276 personen.
Na luid protest en gedragen beleidsbeïnvloeding van Komosie (de koepelorganisatie van milieuondernemers in de sociale economie ) , het Netwerk tegen Armoede ( de koepelorganisaties van alle verenigingen waar armen het woord nemen in Vlaanderen en Brussel ) en het project ‘Energie en Armoede’ van Samenlevingsopbouw kwam Annemie Turtelboom en bij uitbreiding de gehele Vlaamse regering terug op de beslissing en tekenen ze een beleid uit conform hun eigen beleidsnota energie.
Voorlopig is de subsidiëring van de methodiek energiescan gegarandeerd tot eind 2015. Ondertussen wordt er een evaluatie opgestart. De resultaten hiervan gaan meegenomen worden tijdens de begrotingsbesprekingen in de schoot van de Vlaamse regering eind 2015.
Het voortbestaan van de methodiek energiescan blijft dus onduidelijk, dit terwijl de methodiek energiescan een belangrijke schakel is in de detectie en bestrijding van energiearmoede.
Energiearmoede maakt deel uit van een bredere complexe armoedesituatie. Mensen in armoede ervaren sociale uitsluitingen met structurele oorzaken op verschillende levensdomeinen. De sociale uitsluitingen die veel mensen in armoede ervaren zijn dezelfde, wat verschilt is hoe ze hiermee om gaan. Ieder persoon in armoede gaat , vertrekkende vanuit hun binnenkant , op een andere manier om met deze structurele uitsluitingsmechanismen. Sommigen vinden in deze onrechtvaardigheden de kracht om verder te gaan , anderen trekken zich na de zoveelste kwetsende ervaring terug om verdere kwetsuren te vermijden. Er is dus een wisselwerking tussen structurele uitsluitingsprocessen op maatschappelijk en institutioneel niveau en het persoonlijke niveau. Dit maakt dat armoedebestrijding complex is.
We moeten resoluut gaan voor een emancipatorisch, krachtgericht en participatief sociaal beleid dat mensen versterkt en de structurele uitsluitingsmechanismen wegwerkt. Het bestrijden van armoede en sociale ongelijkheid vraagt een participatief en krachtgericht armoedebeleid dat de sociale uitsluitingen benoemt en aanpakt , grondrechten garandeert, de binnenkant ( de belevingswereld) van mensen in armoede respecteert en vertrekkende vanuit de krachten, vaardigheden en overlevingsstrategieën van mensen in armoede samen met hen duurzame stappen vooruit zet.
We moeten dus werken op het individuele , institutionele en structurele niveau. Krachtgericht werken met mensen ( individueel niveau ) is enorm belangrijk, maar dit mag nooit een excuus zijn om geen structurele maatregelen te nemen om de (re)productiemechanismen van armoede aan te pakken.
De methodiek energiescan werkt op het persoonlijke niveau , maar heeft ook een zeer belangrijke signaalfunctie naar het beleid toe. Het versterkt mensen en identificeert de structurele uitsluitingsmechanismen die energiearmoede veroorzaken.
2.3. Structurele energiebesparende maatregelen .
De stijgende energiearmoede en de wereldwijde klimaatverandering plaatsen de Federale , de Gewestelijke en de gemeentelijke overheden en ons allemaal voor enorme uitdagingen. Het verbeteren van de energetische kwaliteit van woningen en de structurele woonkwaliteit is een enorm belangrijk aspect bij het preventief werken rond energiearmoede.
De nieuwe Vlaamse regering wil investeren in structurele energiebesparende maatregelen , dit om energiearmoede te bestrijden. Het nemen van structurele energiebesparende maatregelen is cruciaal in de strijd tegen energiearmoede.
De Vlaamse regering gaat dit doen door verder te bouwen op de bestaande initiatieven. Verder is het FRGE deelstaatmaterie geworden en is omgetoverd tot de Vlaamse energielening. Dit is een bijkomend instrument in de strijd van energiearmoede.
Het is echter niet zo gemakkelijk om bij maatschappelijk kwetsbare eigenaars en huurders te komen tot structurele energiebesparende maatregelen. Maatschappelijk kwetsbare mensen ervaren immers tal van structurele drempels om te komen tot structurele energiebesparende maatregelen. Ondanks specifieke financiële ondersteuningsmaatregelen , waaronder de Vlaamse energielening ( de vroegere FRGE-lening) , blijft de financiële drempel enorm. De 'split incentive' maakt dat de verhuurder niet wil investeren in energiebesparende maatregelen omdat die investering geen terugverdieneffect heeft. De huurder wil geen energiebesparende investeringen doen omdat de huurwoning niet zijn eigendom is. Het gevolg is een ernstige onderinvestering in de energetische kwaliteit van vele huurwoningen. Niet alle eigenaar-verhuurders zijn trouwens kapitaalkrachtig genoeg om serieuze structurele energiebesparende investeringen te doen.
De Vlaamse overheid zou een groots en ambitieus woningvernieuwingsprogramma moeten opzetten. Dit woonvernieuwingsprogramma – dat idealiter een looptijd moet kennen van minimaal tien jaar en een sterke impuls zal inhouden voor de bouwsector en energie-innovatieve bedrijven in Vlaanderen – dient zich te richten op de zwakste segmenten van de Vlaamse woningmarkt, zowel op de sociale als de private huurmarkt. Er moet verder oog zijn voor de eventuele knelpunten en weerstandsmechanismen die eigenaar ervaren bij het participeren aan dit ambitieus woningvernieuwingsprogramma. Voor maatschappelijk kwetsbare eigenaars zijn doorgedreven maatgerichte vormen van trajectbegeleiding en voorfinanciering en derde betalersysteem logica van het grootste belang. Het beleidsdocument ‘Naar een ambitieus beleid inzake energie en woonkwaliteit in Vlaanderen’ en ‘ Energiebesparende maatregelen op de private huurmarkt’ van Samenlevingsopbouw kunnen inhoudelijke richtinggevers zijn.
Samenlevingsopbouw en het Netwerk tegen Armoede bepleit sterk de uitbreiding van het model van het Sociaal Verhuurkantoor (SVK). Het patrimonium van de SVK’s steeg de voorbije drie jaar met 30%. De SVK’s beheren nu 6401 woningen oftewel ongeveer 1,4 % van de private huurmarkt. Door verder in te zetten op SVK’s maak je de private huurmarkt toegankelijk voor maatschappelijk kwetsbare mensen. Als je als eigenaar uw wooneenheid verhuurt via een SVK dan word je –indien nodig- volledig begeleid bij het nemen van energiebesparende maatregelen.
Bronnen:
http://www.samenlevingsopbouw-antwerpenprovincie.be/nl/welkom_1.aspx
www.netwerktegenarmoede.be
http://www.komosie.be/ko/home_10.aspx
Beleidsnota Energie Vlaamse regering.
Abonneren op:
Posts (Atom)








