maandag 23 juli 2012

Groen Leuven vraagt invoering van een sociale clausule bij aanbestedingen.


Onlangs werd het beheer van de nieuwe fietsenparking onder het De Somerplein toegewezen aan het bedrijf Apcoa. Velo greep – tegen de verwachtingen in – naast de opdracht. Een dergelijke situatie kan in de toekomst vermeden worden door de verankering van een sociale clausule in de Leuvense beleidspraktijk.

Bij de toekenning van het contract aan Apcoa verklaarde het schepencollege dat men, gezien het prijsverschil in de offertes, niet anders kon dan het contract toekennen aan het bedrijf. Zoals de aanbesteding nu was opgesteld, werd er vooral gekeken naar de prijs, en minder naar andere criteria. Er is wel bepaald dat de uitvoerder kansengroepen moet inschakelen.

Fatiha Dahmani (gemeenteraadslid): “Wij betreuren dat deze opdracht niet werd toegekend aan Velo, een bedrijf in de sociale economie dat zonder twijfel veel meer ervaring heeft in het werken met kansengroepen dan Apcoa. Hiermee geven we als stad een slecht signaal naar de sociale economiebedrijven op ons grondgebied. We hebben nog vragen bij de argumentatie van de toekenning, maar het zou kunnen dat met de aanbesteding zoals ze nu was opgesteld Apcoa de beste kandidaat leek. Of dat ook zal blijken in de praktijk, moeten we nog afwachten. We hopen dat er na een jaar een zeer grondige evaluatie zal gebeuren van de manier waarop het bedrijf kansengroepen heeft ingeschakeld. Het stadsbestuur zou nu vooral moeten leren uit deze ervaring en voorkomen dat een dergelijke situatie zich herhaalt in de toekomst. En dat kan door een sociale clausule te verankeren in de beleidspraktijk van de stad.”
Via een sociale clausule kan de overheid in een aanbesteding sociale accenten leggen, bij de uitvoering, de gunning of ook de opdracht. Dergelijke clausules zijn juridisch mogelijk en worden zelfs aangemoedigd in federale en Vlaamse actieplannen (zie achtergronddossier Minderhedenforum).

Louis Debruyne (OCMW-raadslid): “Wat stellen we concreet voor? We zouden willen dat stad en OCMW in hun beleidspraktijk zoveel mogelijk een sociale clausule verankeren. Het eenvoudigst kan dit bij de uitvoering van een opdracht. Dit houdt in dat het gemeentebestuur een bepaald engagement vraagt in tewerkstelling, stage of begeleiding van maatschappelijk kwetsbare groepen tijdens de uitvoering van de opdracht. Een dergelijk systeem bestaat al in Gent. Maar we zouden nog een stap verder willen gaan. Voor de gunning van het contract voor de fietsenparking had de stad uitdrukkelijk kunnen inschrijven dat de opdracht zou gaan naar beschutte of sociale werkplaatsen en sociale inschakelingseconomie. Dat dat voor zo’n opdracht mogelijk is, wordt bewezen door het contract van de NMBS-holding voor de uitbating van het Fietspunt.”

Groen vraagt dat stad en OCMW onderzoeken hoe ze verschillende vormen van sociale clausules structureel kunnen verankeren in hun beleidspraktijk. Vooral voor de gunning van grotere opdrachten zou een sociale clausule erg nuttig kunnen zijn en zo een positief effect hebben op de kansen van maatschappelijk kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt. De clausule zou minstens betrekking moeten hebben op de uitvoering, maar wanneer mogelijk ook moeten gelden bij de omschrijving van de opdracht.

Fatiha Dahmani, gemeenteraadslid en Louis Debruyne, OCMW-raadslid

Links:
- Dossier Minderhedenforum: http://www.minderhedenforum.be/documents/Minderhedenforum-20081101dossierdiversiteitsclausules.pdf
  
Aanbesteding NMBS-holding voor fietspunten:  http://www.socialeeconomie.be/nieuws/bekendmaking-aanbesteding-nmbs-holding-opdracht-voor-uitbating-van-fietspunten-in-16-vlaamse-

Bron persmededeling : www.groenleuven.be

Groen wil ook in Leuven een Community Land Trust


Een betaalbare woning vinden, het is niet eenvoudig, voor steeds meer mensen. Voor velen is het moeilijk een plek te vinden via de reguliere woningmarkt. Wie een sociale woning probeert te krijgen, staat gegarandeerd jaren op een wachtlijst. Er is nood aan nieuwe oplossingen die onder meer uitgaan van een loskoppeling van eigendom van grond en huis.
Een interessant nieuw concept is dat van de Community Land Trust. Het is een model dat uit de Verenigde Staten komt, en ondertussen ook in ons land bekend begint te worden. Een Community Land Trust of CLT is een organisatie die grond verwerft, en die beheert, en dat samen met de gemeenschap. Wat zijn de basisprincipes?  
  • De scheiding tussen de eigendom van de grond en het gebouw. De CLT is eigenaar van de grond. De woningen worden eigendom van de bewoners. Zij krijgen een eeuwig gebruiksrecht op hun huis, met dezelfde voordelen en verantwoordelijkheden als een gewone eigenaar. Ze mogen hun huis verbouwen of verkopen, hun kinderen kunnen het later erven. Ze moeten het wel altijd zelf bewonen, en mogen dus niet verhuren.
  • Tussenkomst in de aankoopprijs, die wordt teruggevraagd bij de herverkoop. De koper koopt de woning aan onder de marktprijs. Het verschil wordt bijgelegd door de trust. Wanneer hij later zou willen verkopen verliest hij wel deze tussenkomst.
  • Bij herverkoop van de woning ontvangt de CLT het grootste gedeelte van de meerwaarde. Als een eigenaar besluit zijn of haar woning te verkopen zal de Trust die terugkopen. De eigenaar ontvangt al wat hij of zij zelf heeft geïnvesteerd, maar slechts een klein deel van de meerwaarde. De rest ervan wordt door de CLT gebruikt om de woning opnieuw aan een lage prijs te kunnen verkopen aan een ander gezin.
  • De CLT wordt bestuurd door de bewoners, de buurt en de overheden. Alle bewoners kunnen participeren aan het bestuur, maar ook buren die niet in een CLThuis wonen en overheden, zoals de gemeente of het gewest, worden bij het bestuur betrokken.
 Fatiha Dahmani: “Ook in ons land komen er stilaan enkele projecten op gang voor een CTL. Zo werkt men in het Brussels Gewest aan een concreet project. Daarvoor werd een charter opgesteld. Een haalbaarheidsonderzoek werd opgestart, en er werd een speciale vzw opgericht. En ondertussen is een eerste concrete project in voorbereiding, het project Vandenpeereboom, voor zo’n 30 woningen, in Molenbeek. En ook in Gent is ondertussen een charter opgemaakt, en wordt er een concreet project voorbereid. Wij vinden dit een zeer interessant model, zeker ook voor Leuven. We zijn zowat de duurste centrumstad van Vlaanderen wat wonen betreft, en we hebben echt nood aan nieuwe ideeën om ervoor te zorgen dat ook maatschappelijk kwetsbare groepen nog kunnen wonen in deze stad. Groen stelt voor dat in Leuven ook wordt gestart met een CLT. Dat kan er komen na een initiatief van stad, OCWM en AGSL, in samenwerking met alle sociale organisaties.”

Fatiha Dahmani, gemeenteraadslid
Jan Mertens, lid raad van bestuur AGSL


Bron persmededeling : www.groenleuven.be

maandag 16 juli 2012

Samen tegen armoede en sociale ongelijkheid.


Armoedeorganisaties, vakbonden en ziekenfondsen op straat voor welvaart en tegen ongelijkheid op 30 september. Op 30 september houden armoedeorganisaties, vakbonden en ziekenfondsen een brede manifestatie op het Poelaertplein, vlakbij het Brusselse Justitiepaleis. De organisaties hebben zich verenigd in een Platform voor Welvaart en tegen Ongelijkheid. Het Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen is één van de trekkende partners en roept op om massaal aanwezig te zijn. Het brede platform wil een halt toeroepen aan het asociale beleid van de verschillende regeringen in ons land. Concreet zal de manifestatie 4 eisen naar voor schuiven:

·        Kwalitatief en duurzaam werk
·        Toereikende en welvaartsvaste uitkeringen
·        Toereikende pensioenen
·        Versterkte en toegankelijke sociale rechten en diensten.

Afspraak op 30 september vanaf 13u op het Poelaertplein in Brussel.      

donderdag 5 juli 2012

Armoede en sociale uitsluiting in Leuven 2012.


Armoede en sociale uitsluiting is en blijft een groot probleem in België.  Alle armoede-indicatoren staan op rood. De jaarboeken armoede en sociale uitsluiting, het  meest recente  armoedebarometer rapport  2011 van het platform Decenniumdoelen 2017, het Vlaams netwerk van verenigingen  waar armen het woord nemen , Sector Samenlevingsopbouw, de OCMW’s en de rapporten van Vlaamse steden en gemeenten ( VVSG ) vertellen ons dat armoede stijgt.
Ook in Leuven gaat het niet goed met de armoede en sociale uitsluiting. Ook in Leuven  staan alle armoede indicatoren op rood. 

1.Armoede en sociale uitsluiting.

 Armoede is een complex probleem dat  wordt gekenmerkt door onvoldoende inkomen om in uw basisbehoeften te voorzien, zoals degelijke huisvesting, toegang tot elektriciteit, verwarmingen en water, gezonde voeding, enz… .

Maar armoede mag zeker niet louter gezien worden als een gebrek aan geld  .

Mensen in armoede ervaren achterstellingsituaties en sociale uitsluitingen op de levensdomeinen huisvesting en nutsvoorzieningen , inkomen en tewerkstelling, maatschappelijke dienstverlening, onderwijs, gezondheidszorg, enz….


  

Problemen op één levensdomein beïnvloeden en versterken de moeilijkheden in andere levensdomeinen en kunnen op zich nieuwe achterstellingsituaties en sociale uitsluitingen veroorzaken.

2.Een overzicht van een aantal levensdomeinen op Leuvens niveau:

2.1.Inkomen & tewerkstelling ( o.a. leefloon/leefgeld)

In mei 2012 waren er 795   leefloontrekkers en 474  leefgeldtrekkers ( equivalent leefloon). Een totaal van  1269  .

De groep van 795 mensen die moeten rondkomen met een leefloon is als volgt samengesteld: 426 alleenstaanden, 176 samenwonenden en 193 personen met gezinslast.

Bij de 474 leefgeldtrekkers gaat het over 334 alleenstaanden, 91 samenwonenden en 49 personen met gezinslast.
 
Het aandeel jongeren (-25jr) in de totale groep van leefloon- en leefgeldtrekkers bedraagt 25,30%. Tussen 2008 en 2011 is het aantal leefloon – en leefgeldtrekkers in Leuven met ongeveer 25% gestegen.

Het leefloon/leefgeld ( equivalent leefloon ) voor een alleenstaande bedraagt  vanaf februari 2012  785,61 euro, voor een samenwonende 523,74 euro en voor een persoon met gezinslast 1047,48 euro.

In België ligt de armoedegrens in (oktober ) 2011 op 973 euro netto per maand voor een alleenstaande en 2O44 euro voor een gezin bestaande uit 2 volwassen en 2 kinderen.

Het leefloon/leefgeld zit serieus onder de Europese armoedegrens. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat het leefloon/leefgeld onvoldoende is voor heel wat mensen en gezinnen om te overleven , laat staan een leven uit te bouwen dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid. Personen en gezinnen , die omwille van omstandigheden en tegenslagen in het leven  voor een langere periode afhankelijk worden van een leefloon/leefgeld zijn aangewezen op overlevingsstrategieën en kunnen geconfronteerd  worden met (verdere)  opbouw van overlevingsschulden ( huur , verwarming, voeding, gezondheid,….).

Mensen in armoede ondervinden drempels en sociale uitsluiting op het levensdomein tewerkstelling.

Mensen in armoede zijn vaak laaggeschoold en hebben een onzekere arbeidsloopbaan: interimwerk, ze zijn vaak tewerkgesteld in conjunctuurgevoelige sectoren, sociale economieprojecten, artikel 60 , activa, enz.. 

Het OCMW van Leuven heeft een team tewerkstelling. Binnen dit team werken arbeidsbemiddelaars samen met OCMW-cliënten rond ( sociale) activering.  In 2011 waren 297 personen in arbeidsbemiddeling bij het OCMW van Leuven ( 105 personen werden verder opgevolgd uit 2010, 192 dossiers werden nieuw opgestart).Bij 190 personen werd de arbeidsbemiddeling in 2010 stopgezet.

De belangrijkste vorm van tewerkstelling in 2011 was via artikel 60 met 110 nieuwe tewerkstellingen in 2011.

2.2.Huisvesting .

Mensen in armoede hebben het bijzonder moeilijk op het levensdomein huisvesting.

De toegang tot sociale huisvesting( sociale huisvesting Dijledal) is niet volledig gegarandeerd. De wachttijden voor een sociale woning zijn tegenwoordig gemiddeld 5 tot 7 jaar. Voor grote gezinnen zelfs nog langer. Ook de wachttijden voor een wooneenheid dat verhuurd wordt via het SVK zijn  lang.

Mensen in armoede moeten hierdoor noodgedwongen op zoek gaan naar een woonst op de private huurmarkt. De huurprijzen in Leuven zijn hoog en de huurwaarborg wordt onbetaalbaar voor mensen met een laag inkomen.

Mensen in armoede en sociale uitsluiting  komen vaak in  woningen terecht die structurele gebreken vertonen op het gebied van woonkwaliteit. Problemen die kunnen opduiken zijn bijvoorbeeld vochtproblemen, schimmels, geen  goede verwarming, tochtende en rottende ramen en deuren, binnensijpelend water als het regent, enz….

Door de hoge huurprijzen , de onzekere inkomenssituatie , de sociale uitsluiting en de complexiteit van een leven in armoede krijgen mensen te maken met de opbouw van overlevingschulden ( huur, energie, water, …..). Dit kan zorgen voor huurachterstallen.

Hierdoor kunnen ze geconfronteerd worden met dreigende en effectieve uithuiszetting. Effectieve uithuiszetting heeft een enorme negatieve impact op het welzijn van mensen.

Mensen die dreigen dakloos te worden of dakloos zijn geworden kunnen terecht bij het OCMW en crisisopvanginitiatieven van het CAW en andere sociale organisaties.

In 2011 klopten 205 mensen  ( 2010 277) bij het OCMW aan nadat ze dakloos waren geworden. De voornaamste oorzaken waren: uithuiszetting door huurachterstal, onbewoonbaarheidsverklaring, brand,…….De opvangmogelijkheden van het OCMW zijn beperkt. Het OCMW van  Leuven beschikt  over een beperkt aantal    doorgangswoningen: 1 gezinswoning, 4 appartementen , 7 kamers en 3 studio’s. 

Het OCMW kan verder helpen door het voorschieten van de  huurwaarborg en de eerste maand huur.

Het OCMW van Leuven werkt ook samen met het KOC ( CAW Regio Leuven).

Crisisopvang (KOC) van CAW regio Leuven beschikt over 14 bedden. Door het beperkte aantal bedden en de stijgende vraag naar opvang moeten mensen die dakloos zijn geworden vaak 3 a 4 weken bellen voor ze een plek hebben bij crisisopvang.

In 2010 kreeg het KOC van CAW regio Leuven 1850 aanvragen voor crisisopvang en  werden er 254 mensen effectief opgevangen. Tijdens deze opvang worden de mensen intensief begeleid.

Tijdens hun zoektocht naar een nieuwe woning op de private markt ervaren mensen in armoede  uitsluitingen op basis van bron van inkomsten ( leefloof/leefgeld, werkloosheidsuitkering,…) , hoogte van inkomen, bewijs van tewerkstelling, OCMW-huurwaarborg,  de 30% regel , enz….

We zien meer en maar dat mensen met een laag inkomen op basis van de 30% regel worden uitgesloten. Uit onderzoek blijkt dat men niet meer als 30% van je  inkomen mag besteden om niet in de problemen te komen. We zien dat private verhuurders en immokantoren deze regel toepassen. Dit zorgt ervoor dat mensen met een laag inkomen (kunnen) uitgesloten worden van de private wooneenheden die ze nog net zouden kunnen betalen.

Afgelopen winter heeft het OCMW van Leuven i.s.m.  het CAW en andere sociale organisaties een winteropvang voor mensen in een daklozensituatie opgezet.
 
2.3. Toegang tot nutsvoorzieningen elektriciteit , gas en water ( energiearmoede) .

De 2 grootste oorzaken van energiearmoede ( vooral m.b.t. elektriciteit en gas ) zijn huisvesting en inkomen. Mensen in armoede wonen vaak in woningen die structurele gebreken vertonen op het gebied van woonkwaliteit . Mensen in armoede  moeten zich vaak beroepen op een sociale uitkering, die zich vaak ( zeker het leefloon/leefgeld) onder de Europese armoedegrens bevinden. Sommige mensen werken maar hebben door de aard van het werk of een schuldenlast een netto-inkomen dat te laag is.

Ook in Leuven worden heel wat mensen in armoede geconfronteerd met energiearmoede ( elektriciteit, gas en water) .

Meer en meer mensen kunnen hun rekeningen bij de commerciële energieleverancier, de netwerkbeheerder en de watermaatschappij niet meer betalen en moeten een afbetalingsplan aanvragen. Vaak zijn het onrealistische afbetalingsplannen.
Meer en meer mensen worden in Leuven gedropt door hun commerciële energieleverancier, komen bij de netwerkbeheerder terecht en krijgen te maken met budgetmeters voor elektriciteit en gas .

De elektriciteits – en gasprijs bij de netwerkbeheerder  ligt gemiddeld 15% hoger dan de gemiddelde prijs op de commerciële energiemarkt. Ook de prijs  bij een budgetmeter ligt hoog en is het gemiddelde van de 2 grootste ( en ook duurste) commerciële energieleveranciers.

In Vlaams-Brabant waren er eind 2010 zo’n 5494 geplaatste actieve budgetmeters voor elektriciteit. Dit is een stijging tegenover het begin van 2010.

Op 01/01/2010 waren er 4 488 geplaatste en actieve budgetmeters voor aardgas  in Vlaanderen. Op 01/01/2012 waren er 24 190 geplaatste en actieve budgetmeters voor aardgas. Dit betekent dat de afgelopen 2 jaar  19702 bijkomende aardgasbudgetmeters zijn geplaatst .De implementatie van de budgetmeter voor aardgas startte in 2009. Er is dus duidelijk een inhaalbeweging bezig.

In het rapport ‘Armoede in Vlaams-Brabant 2011’ van de provincie Vlaams-Brabant kunnen we lezen dat er in Vlaams-Brabant  eind 2010 zo’n  2132 geplaatste actieve budgetmeters voor aardgas waren.

Er is een groeiend probleem met de budgetmeters voor aardgas. Wanneer je uw budgetmeter voor elektriciteit ( tijdelijk ) niet kunt opladen kom je eerst op een noodkrediet terecht en kan je later ( tijdelijk) gebruik maken  van een minimumlevering van 10 ampère. Bij een budgetmeter voor aardgas is een minimumlevering voorlopig niet mogelijk, met schrijnende levensomstandigheden en groeiende energiearmoede tot gevolg. Op 24 september 2010 nam de Vlaamse regering bijkomende maatregelen: mensen die hun budgetmeter voor aardgas niet kunnen opladen kunnen bij het OCMW terecht en na een sociaal onderzoek kan het OCMW beslissen om een  minimumhoeveelheid aardgas ter beschikking te stellen. Uit gesprekken met mensen in armoede blijkt  dat niet iedereen op de hoogte is dan deze maatregel.

In 2010 kwamen 410 dossiers met betrekking tot elektriciteit en gas voor het LAC in Leuven. Dit is een daling tegenover 2009 , toen 516 dossiers voor het LAC kwamen. Dit betekent niet noodzakelijk dat er minder mensen zijn die te maken krijgen met energiearmoede. Als er op voorrand een oplossing bereikt wordt komt het dossier niet voor de LAC.

Het OCMW kan moeilijk contact leggen met de mensen die zijn opgeroepen om te verschijnen voor het LAC.

In 2010 kwamen er 218 dossiers met betrekking tot water voor het LAC in Leuven . Dit is een forse stijging tegenover 2009 toen er 119 dossiers voor het LAC kwamen.

In Vlaams-Brabant werden er in 2010  zo’n 3 602 dossiers door de LAC’s behandeld. Er werden 214 huishoudelijke afnemers afgesloten na een advies van het LAC.

Noch steeds worden mensen afgesloten van nutsvoorzieningen zoals water , waardoor mensen zich moeten beroepen op pure overlevingsstrategieën.
 
2.4.Schuldopbouw

Steeds meer mensen hebben schulden gemaakt in onze consumptiemaatschappij: schulden om te overleven ( huisvesting, nutsvoorzieningen , gezonde voeding, gezondheidszorg,enz…) , maar soms ook schulden omdat ze zich lieten verleiden om toch maar weer op krediet te kopen.

Ook de schuldenproblematiek  in Leuven groeit.

In 2010 registreerde het Team Schuldhulpverlening van het OCMW 329 intakegesprekken .Er werden 92 dossiers effectief opgestart, bestaande uit 23 nieuwe dossiers en 69 lopende dossiers .

2.5.Kinderarmoede.

In Leuven zijn er heel wat kinderen die geboren worden en opgroeien in een gezin in kansarmoede.

Onder de kinderen geboren in 2009 waren er 13,4 % kinderen die geboren zijn in een gezin in armoede. In Leuven centrum ligt dat % zelfs nog hoger, nl 26 %.

Dit is hoger dan het gemiddelde in Vlaams-Brabant en Vlaanderen.
 
2.6.Maatschappelijke dienstverlening.

Mensen die armoede en sociale uitsluiting ervaren moeten door hun maatschappelijke kwetsbare positie en een gebrek aan een groot extern sociaal netwerk vaker  een beroep doen op maatschappelijke instellingen zoals het OCMW.

Mensen in armoede vinden het vaak enorm moeilijk om de stap te zetten naar een maatschappelijke instelling zoals het OCMW.

Er is een  kloof tussen de leefwereld van maatschappelijke werkers en het OCMW en de leefwereld van mensen die armoede en sociale uitsluiting ervaren. Sommige maatschappelijk werk(ers)sters  hebben onvoldoende kennis van de belevingswereld van mensen in armoede: de gevoelens van schaamte en vernedering om telkens opnieuw hulp te vragen, de schuldgevoelens, het minderwaardigheidsgevoel, enz….

Vanaf december 2011 ging er een ervaringsdeskundige in de armoede en sociale uitsluiting aan de slag bij het OCMW van Leuven.

2.7.Verkleuring van de armoede.

De jaarboeken armoede en sociale uitsluiting , de verenigingen waar armen het woord nemen , de cijfers van de EU-SILC ( European Union –Statistics on Income and Living Conditions) en de OCMW’s en CAW’s vertellen ons dat armoede en sociale uitsluiting sterk verkleurd.  Het jaarboek armoede en sociale uitsluiting 2011 heeft heel wat aandacht besteed aan de verkleuring van armoede.

Ongeveer  38% van de mensen van Turkse afkomst en 54% van de mensen van Marokkaanse afkomst leven in armoede in België.

Uit het aantal personen die equivalent leefloon ( leefgeld) krijgen blijkt dat ook in Leuven armoede verkleurt.

2.8.De binnenkant van armoede en sociale uitsluiting.

Er is ook een binnenkant van armoede . Dit vertelt ons iets over hoe mensen in armoede zich voelen en hun situatie ervaren.

Langdurig leven in armoede en sociale uitsluiting, creëert kwetsuren, die slechts heel langzaam genezen. Het zorgt ervoor dat mensen het gevoel hebben dat ze de greep op hun eigen leven verliezen. Verder ervaren mensen in armoede en sociale uitsluiting gevoelens van  minderwaardigheid,  machteloosheid, schaamte , enz….

 
De binnenkant van armoede zorgt ervoor dat mensen in kansarmoede in een isolement terecht komen en moeilijk aansluiting vinden bij de maatschappij. Het zijn  deze sociale uitsluitingen die armen vaak erger vinden om dragen dan het geldgebrek.

Soms dragen mensen in armoede kwetsuren mee vanuit de kindertijd. Soms groeien mensen in armoede op in een gezin met onveilige gezinsrelaties. Dit kan zorgen voor kwetsuren zoals onveilige hechting,enz…. het latere leven kan beïnvloeden.

2.9.De krachten van mensen in armoede.

1.Overlevingsstrategieën
2.Creativiteit
3.Doorzettingsvermogen
4.Ervaringsdeskundigheid
5.Solidariteit
                         
3.Armoedebeleid.

3.1.Werken aan maatschappelijke structuren die armoede in stand houden en (re)produceren.

Dat armoede en sociale uitsluiting stijgt zegt ons iets over hoe onze samenleving is georganiseerd. Mensen in armoede ervaren knelpunten en sociale uitsluitingen met structurele oorzaken op de levensdomeinen huisvesting, inkomen en tewerkstelling, onderwijs, maatschappelijke dienstverlening, gezondheidszorg,enz… In onze samenleving zijn bepaalde structuren actief die armoede in stand houden en armoede (re)produceren.

Willen we armoede kunnen terugdringen is het belangrijk om rond deze structurele uitsluitingen te werken. Dit gebeurd het beste op een participatieve manier.

De ervaringsdeskundigheid van mensen in armoede speelt hier een enorm belangrijke rol. Zij weten beter dan wie ook wat het is om in armoede en sociale uitsluiting te leven. Tal van organisaties vertrekken vanuit de verhalen van mensen in armoede.

Vele verenigingen waar armen het woord nemen , het Vlaams netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen , Sector Samenlevingsopbouw, enz…. hebben dialoogwerkgroepen. Binnen een dialoogwerkgroep wordt er gewerkt rond de knelpunten en structurele drempels die mensen in armoede  ervaren op de verschillende levensdomeinen. Tijdens dit proces gaan ze ook in gesprek met relevante maatschappelijke actoren. Eindresultaat is meestal een met getuigenissen onderbouwd beleidsdossier met beleidsaanbevelingen.


3.2. Krachtgericht(e) hulpverlening/ werken voor/ met mensen in armoede.

Binnen krachtgericht werken met  of een krachtgerichte hulpverlening voor mensen in armoede wordt er naast werken rond de buitenkant van armoede ( de knelpunten en sociale uitsluitingen) ook en vooral gewerkt met de binnenkant van armoede en de krachten van mensen in armoede.

Het doel is  mensen in armoede opnieuw meer controle en zeggenschap te geven over de verschillende levensdomeinen in hun leven (autonomieverhoging)  om zo mogelijke afhankelijkheidsrelaties met maatschappelijke instellingen te doorbreken.

Krachtgericht werken vertrekt vanuit de krachten van mensen in armoede om zo stappen vooruit te zetten. Tal van verenigingen waar armen het woord nemen , het Vlaams netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen , Welzijnsschakels enz…. werken krachtgericht. Binnen deze organisaties nemen mensen in armoede vanuit hun krachten en capaciteiten engagement op binnen de vereniging.

Ook binnen maatschappelijke instellingen worden er projecten opgezet om krachtgericht te werken.

Het werk van het project ‘Bind-Kracht in armoede’ kan hier een inhoudelijke richtinggever zijn.

3.3.Uitdagingen voor de toekomst m.b.t. armoede en sociale uitsluiting in Leuven.

1.Huisvesting.
2.Energiearmoede (elektriciteit, gas en water).
3.Participatie van mensen in armoede bij het vormgeven, implementeren en evalueren van het lokale armoedebeleid.
4.Kinderarmoede en verkleuring van de armoede.
5.De aanwezigheid van het individueel schuldmodel m.b.t. het kijken naar en het bestrijden van armoede en sociale uitsluiting.


Bronnen en interessante links.











Armoedebarometer rapport  2011 van het platform Decenniumdoelen 2017

‘ Einddossier wonen, verslag van de themawerking wonen 2009-2011’ van buurtwerk en vereniging waar armen het woord nemen ’t Lampeke

Jaarverslag 2010 OCMW Leuven

‘Armoede in Vlaams-Brabant 2011’ van de provincie Vlaams-Brabant

‘Sociale openbare dienstverplichtingen 2011’ van de VREG.






maandag 18 juni 2012

Armoede in België: uithuiszetting en dakloosheid in Leuven.



  Op maandag 04 juni 2012 las ik in de krant en op de website van DeMorgen een artikel over het stijgend aantal mensen in Antwerpen die geconfronteerd worden met uithuiszetting en dakloosheid.


http://www.demorgen.be/dm/nl/989/Binnenland/article/detail/1448421/2012/06/04/Ook-gezinnen-met-een-inkomen-en-zonder-schulden-belanden-op-straat.dhtml

Niet alleen in Antwerpen , maar ook in Leuven worden mensen geconfronteerd met uithuiszetting en dakloosheid.


Mensen in armoede ervaren knelpunten en sociale uitsluitingen met structurele oorzaken op tal van levensdomeinen, waaronder huisvesting. Mensen in armoede hebben het bijzonder moeilijk op het levensdomein huisvesting.

Armen komen op basis van hun inkomen in aanmerking voor sociale huisvesting. De toegang tot sociale huisvesting in Leuven is niet volledig gegarandeerd. De wachttijden voor een sociale woning zijn tegenwoordig gemiddeld 5 tot 7 jaar. Voor grote gezinnen zelfs nog langer. Ook de wachttijden voor een wooneenheid dat verhuurd wordt via het SVK zijn  lang.

 
Mensen in armoede moeten hierdoor noodgedwongen opzoek gaan naar een woonst op de private huurmarkt. De huurprijzen in Leuven zijn hoog en de huurwaarborg wordt onbetaalbaar.

Mensen in armoede en sociale uitsluiting  komen zeker op de private markt vaak terecht in slechte woningen die structurele gebreken vertonen op gebied van woonkwaliteit. Problemen die kunnen opduiken zijn bijvoorbeeld vochtproblemen, schimmels, geen  goede verwarming, tochtende en rottende ramen en deuren, binnensijpelent water als het regent, enz…. 

 Door de hoge huurprijzen, de onzekere inkomenssituatie, de sociale uitsluiting en de complexiteit van een leven in armoede krijgen mensen in armoede te maken met de opbouw van overlevingschulden ( huur, energie, water,...) .Door deze huurachterstallen kunnen ze geconfronteerd worden met dreigende en effectieve uithuiszetting. 

 Mensen die dreigen dakloos te worden of dakloos zijn geworden kunnen terecht bij het OCMW en crisisopvanginitiatieven van het CAW en andere sociale organisaties.  

 
Ook in Leuven is dreigende en effectieve uithuiszetting een probleem.

In 2010 klopten 277 mensen bij het OCMW van Leuven aan nadat ze dakloos waren  geworden.
De opvangmogelijkheden van het OCMW zijn beperkt. Het OCMW van Leuven beschikt over een beperkt aantal doorgangswoningen: 1 gezinswoning, 4 appartementen, 7 kamers en 3 studio’s.
Het OCMW kan verder helpen door het voorschieten van de  huurwaarborg en de eerste maand huur. Daarnaast betaalt het OCMW (van Leuven) ook ( eenmalig in je leven) een instalatiepremie uit.

 
Crisisopvang (KOC) van CAW regio Leuven beschikt over 14 bedden. In 2010 kreeg het KOC van CAW regio Leuven 1850 aanvragen voor crisisopvang (niet allemaal vanwege uithuiszetting) en  werden er 254 mensen effectief opgevangen. Bij het KOC van CAW Leuven kunnen mensen 3 weken verblijven, soms wordt dit verlengd.
De complexiteit van een huisvestingsproblematiek en de situatie op de huurmarkt maakt dat 3 weken vaak een te korte periode is om een oplossing te vinden voor hun huisvestingsproblematiek.
Door het beperkte aantal bedden en de stijgende vraag naar opvang moeten mensen die dakloos zijn geworden moeten ze vaak 3 a 4 weken bellen voor ze een plek hebben bij crisisopvang.

Dreigende en effectieve uithuiszetting zet ook de toegang tot nutsvoorzieningen elektriciteit , gas en water ernstig onder druk. Mensen die in een daklozensituatie terecht  komen verliezen grotendeels hun toegang tot nutsvoorzieningen elektriciteit , gas en water.

 
Tijdens hun zoektocht naar een nieuwe woning op de private markt ervaren mensen in armoede  uitsluitingen op basis van bron van inkomsten ( leefloof/leefgeld, werkloosheidsuitkering,…) , hoogte van inkomen, OCMW-huurwaarborg,  de 30% regel , enz….

Dit zijn knelpunten en sociale uitsluitingen die zeker niet enkel in Leuven voorkomen. 

Uithuiszetting en dakloosheid is een zeer complexe problematiek met diverse oorzaken. Wat de oorzaak ook is , dakloosheid is altijd een uiting van (extreme) armoede en sociale uitsluiting.


Dit vraagt een integrale aanpak op individueel niveau ( het versterken van en krachtgericht werken met  mensen in armoede ) , institutioneel niveau ( werking van maatschappelijke instellingen verbeteren ) en maatschappelijk niveau ( werken aan maatschappelijke structuren).


Om te voorkomen dat mensen in armoede het nog moeilijker krijgen op het levensdomeinen huisvesting en energie ( elektriciteit , gas en water ) zou de gemeentelijke overheid , ondersteund door hogere overheden op structureel vlak dringend bijkomende beleidsacties moeten nemen om een leven dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid te kunnen garanderen.

Ik vraag dan ook dat de Federale , Vlaamse , Waalse en Brusselse regering en de gemeentelijke overheden dringend extra gecoördineerde initiatieven nemen om bijkomende opvangplaatsen te voorzien. Dit alles moet kaderen binnen een gecoördineerde totaalaanpak ter bestrijding en preventie van dakloosheid in heel het land.

In Leuven worden al heel veel dingen gedaan, toch zijn bijkomende maatregelen nodig.

Op gemeentelijk vlak zou elke gemeente minimum 10% sociale huisvesting moeten hebben, Leuven zit momenteel op 6, 88%.
Verder kan de gemeentelijk overheid zelf een meer actieve rol spelen bij het bestrijden van leegstand, renoveren en het terug op de private huurmarkt brengen van huurwoningen.

Het OCMW van Leuven had vroeger een speciaal team rond huisvesting. Mensen hadden hier goede ervaringen mee. Dit team is wegens omstandigheden een tijdje geleden geïntegreerd in de onthaalwerking van de sociale dienst van het OCMW Leuven. Gezien de enorme vraag naar huisvestingsbegeleiding vraagt Groen Leuven  dat er opnieuw een speciaal team huisvesting binnen het OCMW van Leuven wordt opgericht. Het team dient zoveel mogelijk op zoek te gaan naar mensen met huisvestingsproblemen en zoveel mogelijk in te zetten op preventieve woonbegeleiding om dreigende en effectieve uithuiszetting te voorkomen.                                                                                                                                                       

Verder kan dit team  mensen  intensief en krachtgericht begeleiden bij hun zoektocht naar een nieuwe woonst. Hiervoor kan het OCMW samenwerken met relevante actoren.

Belangrijk is dat we mensen in armoede en sociale uitsluiting , hun ervaringsdeskundigheid en hun verenigingen  als volwaardige partners  meenemen tijdens het opzetten, implementeren en evalueren van het armoedebeleid. Alleen zo kunnen we komen tot gedragen beleidsacties met duurzame resultaten en met respect voor de belevingswereld van mensen in armoede en sociale uitsluiting.

Dit zou bijvoorbeeld kunnen door het organiseren van een jaarlijkse armoededag  .  Het is enorm belangrijk dat mensen in armoede en hun verenigingen waar armen het woord nemen in grote mate betrokken worden bij de organisatie van deze dag. Elk jaar kan gefocust worden op een ander levensdomein ( huisvesting en energie, maatschappelijke dienstverlening, tewerkstelling, enz….). Tijdens deze dag wordt er stil gestaan bij de knelpunten en sociale uitsluitingen met structurele oorzaken die mensen in armoede ervaren en wordt er gezamenlijk bepaald hoe het beleid en de verschillende  organisaties hierop kunnen inspelen.



Bronnen:

Jaarverslag 2010 OCMW Leuven
http://www.vlaams-netwerk-armoede.be/

                                                                  


                                                                                                                                                                                                                                                                                                                              

woensdag 16 mei 2012

Stijgende armoede in België, verkeerde maatregelen Federale regering en positieve alternatieven.

Armoede en sociale uitsluiting is en blijft een groot probleem in België. Alle armoede- indicatoren staan op rood. De jaarboeken armoede en sociale uitsluiting, de armoedebarometer rapporten  van het platform Decenniumdoelen 2017, het Vlaams netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen , de OCMW’s en de rapporten van Vlaamse steden en gemeenten ( VVSG ) vertellen ons dat armoede stijgt.
Nog steeds zijn er tal van mensen die onvoldoende geld hebben om in hun basisbehoeften te kunnen voorzien en die knelpunten en sociale uitsluitingen met structurele oorzaken ervaren op de levensdomeinen huisvesting en energie( elektriciteit, gas en water), inkomen en tewerkstellingen, onderwijs, gezondheidszorg, maatschappelijke dienstverlening, vrije tijdsbeleving, ……..
De laatste cijfers van EU-SILC ( European Union –Statistics on Income and Living Conditions) vertellen ons dat in 2009 ongeveer 14,6 % van de bevolking in België moest leven met een inkomen onder de Europese armoedegrens. Meer recente cijfers op de website http://www.dirkgeldof.be/  vertellen ons dat ongeveer 15,2 % van de bevolking in België in armoede leven. Dit betekent dat 1 op 7 of ongeveer 1 600 000 personen in België in armoede leven of een zeer groot risico hebben om in armoede terecht te komen.

Vorige week stelde het platform Decenniumdoelen 2017 ( http://www.decenniumdoelen.be/)  het armoedebarometer 2012 rapport voor, met verontrustende cijfers over de omvang van de armoede en sociale uitsluiting. Dit rapport kwam met verontrustende cijfers over kinderarmoede in Vlaanderen. Het aantal kinderen dat geboren wordt en opgroeien in een gezin in armoede in Vlaanderen is de laatste 10 jaar verdubbeld tot meer dan 8 %. Niet minder dan 140.000 kinderen leven vandaag in Vlaanderen in armoede en sociale uitsluiting.   

De gezondheidskloof tussen arm en rijk vermindert, maar dat is in dit geval slecht nieuws. De toegang tot gezondheidszorg voor mensen in armoede is niet verbeterd. Voor mensen boven de armoedegrens is ze verslechterd.                                                                                                                                               
Verder hebben  ongeveer 10,4 % van de Vlamingen  een inkomen onder de Europese armoedegrens en 24,2 % van de eenoudergezinnen leeft met een verhoogd armoederisico. Ook de langdurige werkloosheidsgraad is met bijna 7 % gestegen tot 37 %.
Meer en meer mensen krijgen te maken met de opbouw van overlevingsschulden: schulden die mensen (moeten) opbouwen voor basisbehoeften, zoals huisvesting, verwarming, ….. . Meer dan 18 000 gezinnen werden in 2009 in België met uithuiszetting bedreigd. Verder krijgen ook meer een meer mensen te maken met  knelpunten en sociale uitsluitingen met structurele oorzaken op het gebied van energie ( elektriciteit, gas en water) , met groeiende energiearmoede tot gevolg.

De cijfers zijn veelzeggend en dwingend. Bijkomende structurele maatregelen zijn nodig, en wel nu.
In dezelfde week dat het armoedebarometer rapport 2012 werd voorgesteld , keurde de huidige Federale regering 2 maatregelen goed. Deze zijn echter niet de maatregelen die nodig zijn om de groeiende armoede aan te pakken, integendeel.

De Federale regering besliste vorige week om 32 miljoen euro te besparen op de IGO (inkomensgarantie voor ouderen) bij ouderen , en dit terwijl nu al 1 op 4 ouderen in armoede moeten leven.
Verder heeft de Federale regering het besluit genomen om de degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen te versterken. Voor werkzoekende gezinshoofden zou de uitkering in tijd zakken met 12%. Voor alleenstaanden 17,5 % en voor samenwonenden maar liefst 32 %.  Op het wetsvoorstel van Groen en Ecolo om de minimumuitkeringen op te trekken tot boven de Europese armoedegrens wordt niet op ingegaan.
 
Het Vlaams netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen ( http://www.vlaams-netwerk-armoede.be/ )  reageerde terecht verontwaardigd. Deze maatregel doet de werkloosheidsuitkering (verder) onder de Europese armoedegrens dalen en duwt sommige groepen van mensen ( verder ) in de armoede.Dit is een besparingsactie dat niet de armoede en de werkloosheid bestrijd , maar de armen en de werkzoekenden.
 
Dit zijn niet de maatregelen die we nodig hebben om de groeiende armoede en sociale ongelijkheid aan te pakken , integendeel . Armoede en sociale uitsluiting is een complexe problematiek, eenvoudige oplossingen bestaan niet. Maar als we nu geen gedragen voorstellen en acties formuleren en ondernemen, dan zal de armoede verder blijven toenemen.  
 
Toch kan het anders . Toch zijn er positieve alternatieven.
 
                                         
                                          
 
Nog steeds liggen een aantal sociale uitkeringen onder de Europese armoedegrens . Ook zijn er mensen die werken en een inkomen hebben die ook onder deze Europese armoedegrens liggen. Het aantal werkende armen groeit.
 
Ik pleit voor een basisinkomen, hetzij een sociale uitkering of een inkomen uit werk, met de Europese armoedegrens als absolute ethische ondergrens. Armoede is natuurlijk meer dan een inkomensprobleem, maar een menswaardig inkomen is een belangrijke eerste stap naar een menswaardig leven op andere levensdomeinen en naar meer kansen op maatschappelijke participatie.
Om de groeiende armoede en sociale ongelijkheid te bestrijden zouden de verschillende overheden dringend bijkomende beleidsacties moeten nemen om  een leven dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid te kunnen garanderen. Het opzetten, implementeren en evalueren  van deze acties gebeurt het best in samenwerking met mensen in armoede en hun organisaties. Dit armoedebeleid moet vertrekken vanuit de krachten van mensen in armoede, moet werken aan de sociale uitsluitingen met structurele oorzaken en dient respect te hebben voor de binnenkant ( de belevingswereld ) van mensen in armoede.

donderdag 29 maart 2012

Armoede, onderwijs en leefloon.

 Op dinsdag 27 maart 2012 lanceerde Gents OCMW-voorzitter Geert Versnick (Open Vld) een controversieel voorstel om de kinderarmoede aan te pakken.

Versnick is begaan met de stijgende kinderarmoede in ons land. Ook ik ben enorm begaan met de stijgende armoede en sociale uitsluiting. De OCMW-voorzitter stelt vast dat kinderen die opgroeien in een gezin in armoede en sociale uitsluiting soms later als de doorsnee kinderen beginnen te participeren aan het kleuteronderwijs en vaak een onregelmatige schoolloopbaan hebben.

Dit probleem wil Geert Versnick (Open Vld) naast minder dwingende maatregelen in de toekomst onder andere kunnen aanpakken door het Recht op Maatschappelijke Integratie (RMI) ,dat meestal geconcretiseerd wordt via een leefloon direct te linken aan de participatie aan het kleuteronderwijs.
Dit betekent dat ouders die een leefloon hebben hun kinderen op tijd en vroeg genoeg moeten laten participeren aan het kleuteronderwijs en dit op een regelmatige basis. Gebeurt dit niet dan kan de persoon zijn/haar recht op leefloon gedeeltelijk of volledig kwijtspelen.

.

Onderwijs(ook kleuteronderwijs) is zeer belangrijk voor alle kinderen , maar nog belangrijker voor kinderen die opgroeien in een gezin in armoede en sociale uitsluiting. Kleuteronderwijs is meer dan voor kleuters toegankelijke schoolse kennis. Het is samen spelen met andere kleuters, het draagt bij tot de verdere ontwikkeling van de psychomotoriek, de sociale vaardigheden , het maakt deel uit van de socialisatie.
Ook de verdere schoolloopbaan is enorm belangrijk. Een goed diploma zorgt voor meer werkzekerheid en en beter loon.Het zorgt dus voor meer zekerheid op het levensdomein inkomen en tewerkstelling.

We moeten dus volop inzetten op maximale participatie van kinderen uit gezinnen in armoede aan het onderwijs.

Toch vind ik dit absoluut geen goed voorstel! Dit voorstel zal de meest sociaal uitgesloten mensen in armoede treffen en zal geen echte duurzame resultaten opleveren.
Heel wat mensen in armoede hopen op een betere toekomst voor hun kinderen. Door de complexiteit van een leven in armoede en sociale uitsluiting komt het soms dat de kinderen later beginnen te participeren aan het kleuteronderwijs en de schoolloopbaan vaak onregelmatiger is. Een van de redenen kan bijvoorbeeld zijn dat ouders in armoede vroeger zelf enorm negatieve ervaringen met school hebben gehad. Dit vraagt een integrale aanpak in samenspraak met en op ritme van mensen in armoede en met respect voor de gekwetste binnenkant van mensen in armoede.

Mensen in armoede hebben het vaak enorm moeilijk om de stap te zetten naar maatschappelijke instellingen zoals het OCMW. Er is vaak nog een kloof tussen de leefwereld van de maatschappelijk werk(ers)sters en de belevingswereld van mensen in armoede. Het OCMW is het laatste sociale vangnet en voor de meest sociaal uitgesloten mensen in armoede is het vaak de enige link met de bredere samenleving.
Dit voorstel kadert voor mij in armoedebestrijding vanuit het individueel schuldmodel en zorgt voor verdere vercontractualisering van de maatschappelijke hulpverlening. Dit is een verontrustende trend. Het deelt de mensen in armoede op in deserving poor en non-deserving poor: zij die het verdienden om geholpen te worden en zij die het aan uw eigen hebben te danken en dus niet verdienen om geholpen te worden.

Sommige ouders in armoede moeten zich beroepen op het leefloon. Het leefloon , dat een stuk onder de Europese armoedegrens ligt is voor hen vaak de enige manier om te kunnen overleven.
Het OCMW moet als laatste sociale vangnet zeer voorzichtig zijn met mensen te schorsen van het Recht op Maatschappelijke Intigratie.

Dit voorstel dreigt een extra drempel te worden voor mensen in armoede om naar het OCMW te gaan, bijkomende sociale uitsluitingen te creëren en de situatie van ouders in armoede met een leefloon te verergeren. Buitenlandse experimenten tonen ook aan dat dit soort maatregelen zelden zorgt voor duurzame stappen vooruit.

Dit probleem aanpakken doe je niet door mensen hun inkomen af te nemen, maar door krachtgericht te werken met de meest kwetsbaren in onze maatschappij en hen als partner mee te nemen in dit proces.

Tal van verenigingen waar armen het woord nemen werken rond onderwijs. Zo heeft Leren Ondernemen , een vereniging waar armen het woord nemen in Leuven jaren geleden een project opgestart dat werkt rond de vaak moeilijke relaties tussen de gezinnen in armoede , de scholen en CLB’s en andere relevante actoren. Ook andere sociale organisaties zoals sector Samenlevingsopbouw werken rond armoede en onderwijs.

Verder moeten we samen met mensen in armoede het watervaleffect in de schoolloopbaan stoppen en werken aan de knelpunten en sociale uitsluitingen in het onderwijs die vaak armoede (re)produceren. Alleen zo kan het onderwijs voor iedereen een hefboom worden voor sociale groei en mobilisatie. 
Laten we dit samen doen, zonder mensen uit te sluiten .